Nederlandse onderwijsuitgaven volgens OCW en OESO

De onderwijsstelsels van landen verschillen in opzet en de manier waarop ze bekostigd worden. Om toch te kunnen vergelijken zijn in internationaal verband definities en indicatoren afgesproken die voor zo eenduidig mogelijke informatie moeten zorgen. Het CBS levert de gegevens over het Nederlandse onderwijs aan de OESO, UNESCO en Eurostat. De OESO en Eurostat publiceren onder andere de indicatoren ‘Uitgaven aan onderwijsinstellingen’ en ‘Overheidsuitgaven aan onderwijs’.

Het CBS heeft een overzicht samengesteld dat de aansluiting laat zien tussen de uitgaven voor onderwijs van het ministerie van OCW en de totale onderwijsuitgaven van Nederland volgens de OESO. Deze zogenaamde aansluittabel staat hieronder afgebeeld. Voor de aansluittabel voor de jaren 1995 t/m 2016 zie het bestand onderaan, onder 'Documenten'.

Nationale onderwijsuitgaven Aansluittabel OCW-OESO mln euro
201120122013201420152016
Totaal uitgaven OCW339643416935161359953635032993
Totaal ontvangsten OCW119112451256125413021318
Gesaldeerde uitgaven OCW332033337734312351723552937833
Uitgaven Cultuur-1806-1872-1622-1889-1597-1834
Uitgaven Wetenschap-923-950-908-943-1049-1053
OCW onderwijsuitgaven304733055531783323403288334946
Aanpassing OCW onderwijsuitgaven aan OESO-definitie1101401962-39-12
A) OCW onderwijsuitgaven volgens OESO305833069531979323423284534934
Onderwijsuitgaven andere ministeries239722562203201020432057
B) Rijksuitgaven aan onderwijs329813295134182343523488836991
Onderwijsuitgaven lagere overheden (netto)254823762320230820151753
C) Overheidsuitgaven aan onderwijs355293532736502366603690338744
Uitgaven huishoudens aan onderwijsinstellingen262427472818294530663068
Uitgaven bedrijven aan onderwijsinstellingen363636433534345233973692
Uitgaven buitenland aan onderwijsinstellingen292316354382404410
D) Private uitgaven aan onderwijsinstellingen655367066707677968667170
E) Consolidatie-929-703-632-533-475-471
Totale onderwijsuitgaven volgens OESO (C, D en E)411534133042577429054329445442
waarvan aan onderwijsinstellingen368753741138334379983885839518
CBS - OCW Brontabel als csv (1 kB)

Publieke onderwijsuitgaven

De aansluittabel begint met de uitgaven van OCW zoals ze in het jaarverslag aan het parlement worden verantwoord. Daarop volgen de aanpassingen op de uitgaven van OCW die nodig zijn om aan te sluiten op de internationale definities voor onderwijsstatistieken van de OESO.

De OCW-uitgaven voor onderwijs gaan voor het grootste deel direct naar onderwijsinstellingen. Daarnaast gaan er middelen naar huishoudens (vooral studiefinanciering) en gemeenten. Ook andere ministeries dragen bij aan het totaal van de onderwijsuitgaven. De ministeries van EZ (Economische Zaken) en VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) bekostigen agrarische of zorgopleidingen en ministeries stellen subsidies en fiscale regelingen beschikbaar aan bedrijven als deze stageplaatsen of leerwerkplekken beschikbaar stellen.

Lagere overheden (vooral gemeenten) geven meer uit aan onderwijs dan ze van de ministeries ontvangen. Gemeenten zijn onder andere verantwoordelijk voor voorschoolse educatie, leerlingenvervoer en de huisvesting van scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs.

Private onderwijsuitgaven

Volgens de definities van de OESO worden bij de bepaling van de totale onderwijsuitgaven alleen de private uitgaven aan onderwijsinstellingen meegenomen. Private onderwijsuitgaven anders dan aan onderwijsinstellingen worden buiten beschouwing gelaten. Huishoudens, bedrijven en organisaties in het buitenland zijn samen de private sector. Huishoudens hebben uitgaven aan onderwijsinstellingen voor les- en collegegelden, ouderbijdragen en schoolactiviteiten. Bedrijven hebben uitgaven voor de begeleiding van studenten die leren en werken tegelijk (duale studenten).  Zowel bedrijven als organisaties in het buitenland geven geld uit aan contractonderzoek dat zij door Nederlandse universiteiten en hogescholen laten uitvoeren.

Totale uitgaven voor onderwijs

De totale onderwijsuitgaven zijn dan de publieke en private uitgaven aan onderwijsinstellingen en de publieke uitgaven aan huishoudens en bedrijven. Dubbeltellingen van bepaalde geldstromen in de totale onderwijsuitgaven worden voorkomen met behulp van de post ‘Consolidatie’.

Afzenders