Doorstroom van het mbo naar het hbo: doorstroomkansen en studiesucces over de tijd

Een belangrijke route in het Nederlandse onderwijs is die van het mbo naar het hbo. Het percentage mbo-gediplomeerden dat direct doorstroomt naar het hbo neemt, op een korte opleving in 2013 en 2014 na, al jaren af. Het absolute aantal dat direct doorstroomt naar het hbo is echter stabiel. Tegelijkertijd is er een toename van het aantal mbo 4-gediplomeerden. Dus de kans dat mbo-deelnemers doorstromen neemt af.

Er is gekeken naar drie mogelijke verklaringen voor de daling van het aandeel mbo-leerlingen dat doorstroomt naar het hbo: de veranderde samenstelling van de diplomapopulatie, de veranderde samenstelling van de instromers naar vooropleiding (mbo, havo, vwo) en gevolgen van selectie in het hbo. Daarnaast geven we een overzicht van verschillen tussen groepen mbo 4-gediplomeerden (bol, voltijd) in instroom en studiesucces in het hbo. De belangrijkste conclusies van deze analyse zijn:

  • De daling in doorstroom komt niet door een veranderende samenstelling van de diplomapopulatie. Zo is bijvoorbeeld het aandeel studenten met een niet-westerse migratieachtergrond, het aandeel vrouwen, het aandeel met hoogopgeleide ouders of met ouders met een laag inkomen onder de mbo 4-gediplomeerden heel stabiel over de tijd.
  • Ook de verdeling tussen instromers vanuit mbo, havo en vwo in het hbo is nauwelijks veranderd.
  • Sommige hbo-opleidingen laten niet iedere aanmelding toe. Zij selecteren via centrale selectie (op basis van gemiddeld eindcijfer) of via decentrale selectie. De instroomkans van mbo-ers en havisten is na het instellen van een fixus (centrale selectie) gelijk. Ook (deels) decentrale selectie geeft nauwelijks lagere instroomkansen voor mbo-ers.
  • Wél zijn er verschillen tussen groepen in instroom en vervolgens studiesucces: switch en uitval in het eerste jaar. Samengevat zien we dat:
    • Studenten met een niet-westerse migratieachtergrond vaker instromen in het hbo, vaker switchen, maar iets minder vaak uitvallen in het eerste jaar dan studenten met een westerse migratieachtergrond of een Nederlandse achtergrond.
    • Studenten van wie geen van beide ouders hoog opgeleid zijn minder vaak instromen in het hbo, vaker uitvallen in het eerste jaar, maar niet verschillen in switch van studenten met minstens één hoog opgeleide ouder.
    • Mannen vaker instromen, vaker switchen, maar niet verschillen in uitval in het eerste jaar van vrouwen.
    • Studenten uit gezinnen met een middel of laag inkomen minder vaak instromen in het hbo, en studenten uit gezinnen met een laag inkomen vaker switchen en vaker uitvallen, dan studenten uit gezinnen met een hoger inkomen. Dit is de meest kwetsbare groep.
Verschillen tussen groepen in instroom vanuit het mbo en studiesucces Switch en uitval in het eerste jaar
InstroomSwitch in of na het 1e jaarUitval in het 1e jaar
Niet-westerse migratieachtergrondStromen relatief meer inSwitchen vakerVallen minder vaak uit
Ouders niet hoog opgeleidStromen relatief minder inGeen verschil met ouder(s) hoog opgeleidVallen vaker uit
mannenStromen relatief meer inSwitchen vakerGeen verschil met vrouwen
Lage inkomensStromen relatief minder inSwitchen vakerVallen vaker uit
Brontabel als csv (420 bytes)

Deze thema-analyse gaat over directe aansluitende instroom van mbo-4 voltijd bol-gediplomeerden in voltijd hbo-bacheloropleidingen. Studenten die een of meer tussenjaren nemen zijn niet meegenomen. Van de mbo-4 voltijd bol-gediplomeerden uit 2014 die een voltijd hbo-bacheloropleiding zijn gaan volgen is 95% direct doorgestroomd naar een voltijd hbo-bacheloropleiding en 5% een jaar later, in 2016.

Afzenders