Van elite-onderwijs naar onderwijs voor velen

In 1900 werd de leerplicht voor 6- tot 12-jarigen ingevoerd. De leerplicht werd daarna verschillende keren (in 1921, 1950, 1969 en 1975) met een jaar verlengd.

In 1975 moesten leerlingen tot hun zestiende naar school, met verplicht deeltijdonderwijs tot en met het schooljaar waarin de jongere 17 jaar werd. Bij de invoering van het basisonderwijs in 1985 werden kinderen verplicht al vanaf hun vijfde jaar onderwijs te volgen. Sinds 2007 zijn jongeren die nog geen startkwalificatie (minimaal een havo/vwo- of mbo-2 diploma) hebben behaald, verplicht om tot hun achttiende verjaardag onderwijs te blijven volgen. Onder 'Zie ook' staat  achtergrondinformatie over de ontwikkelingen in het onderwijs.

In het schooljaar 1968-1969 trad de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) in werking (beter bekend als de Mammoetwet). Bestaande onderwijssoorten als MULO, MMS en HBS werden vervangen door mavo, havo en atheneum, waarbij het atheneum een jaar langer duurde dan de HBS en werd samengevoegd met het gymnasium in het huidige vwo. De brugklas werd geïntroduceerd en de doorstroming binnen het vo verbeterde doordat leerlingen voortaan konden stapelen (van mavo naar havo en van havo naar vwo).

Aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs 1900-2014
x 1 000
1900-190113,4
1901-190213,8
1902-190314,1
1903-190414,5
1904-190514,8
1905-190615,2
1906-190715,9
1907-190816,7
1908-190917,4
1909-191018,2
1910-191118,9
1911-191220
1912-191321
1913-191422,1
1914-191523,1
1915-191624,2
1916-191726,4
1917-191828,5
1918-191930,7
1919-192032,8
1920-192135
1921-192237
1922-192339
1923-192441
1924-192543
1925-192645
1926-192743,5
1927-192895,7
1928-192997,7
1929-1930102,1
1930-1931106,4
1931-1932109,8
1932-1933119,9
1933-1934132,5
1934-1935138,9
1935-1936144,3
1936-1937149,7
1937-1938156,3
1938-1939161,3
1939-1940162,1
1940-1941163,7
1941-1942164,7
1942-1943171,1
1943-1944184,9
1944-1945188,75
1945-1946192,6
1946-1947208,7
1947-1948212,9
1948-1949212,5
1949-1950209,8
1950-1951211,2
1951-1952216,1
1952-1953226,3
1953-1954239,8
1954-1955256,3
1955-1956278,4
1956-1957305,1
1957-1958332
1958-1959368,4
1959-1960406,6
1960-1961435,2
1961-1962452,9
1962-1963462,1
1963-1964470,4
1964-1965478,4
1965-1966490,2
1966-1967495,8
1967-1968512
1968-1969860,4
1969-1970883,1
1970-1971915,6
1971-1972961,6
1972-19731005,9
1973-19741053,9
1974-19751090,1
1975-19761169,3
1976-19771206,9
1977-19781224,7
1978-19791220,4
1979-19801229,3
1980-19811226,4
1981-19821233,1
1982-19831241,3
1983-19841233,6
1984-19851205,4
1985-19861163
1986-19871105,1
1987-19881046,6
1988-1989990,8
1989-1990949,6
1990-1991916,5
1991-1992894,6
1992-1993885,4
1993-1994882,7
1994-1995876,4
1995-1996867,5
1996-1997857,7
1997-1998852,2
1998-1999884,5
1999-1900891
2000-2001894,1
2001-2002904,4
2002-2003913,7
2003-2004920,666
2004-2005934,761
2005-2006939,896
2006-2007942,773
2007-2008941,136
2008-2009934,56
2009-2010934,943
2010-2011939,534
2011-2012948,673
2012-2013960,682
2013-2014*974,36
2014-2015*981,798

In de loop van de twintigste eeuw veranderde het voortgezet onderwijs steeds meer van elite-onderwijs naar onderwijs voor velen. In de eerste helft van de twintigste eeuw hing de groei van het aantal leerlingen samen met de industrialisatie, waardoor de vraag naar geschoolde arbeidskrachten toenam. Na de Tweede Wereldoorlog steeg het aantal leerlingen explosief. Naast de economische groei en de verlenging van de leerplicht, waren het in werking treden van de Mammoetwet en het aantal babyboomers belangrijke oorzaken van het toenemende aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs. Doordat bij de invoering van de Mammoetwet het lager beroepsonderwijs voortaan ook tot het voortgezet onderwijs werd gerekend steeg het aantal leerlingen nog meer. Vanaf halverwege de jaren tachtig daalde het aantal jongeren in de bevolking en daarmee het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs.

CBS Brontabel als csv (2 kB)

Afzenders