Stromen en ondersteuning in het passend onderwijs

Alle kinderen hebben recht op een passende onderwijsplek. Op 1 augustus 2014 is het nieuwe stelsel voor passend onderwijs ingevoerd.

Dit verplicht scholen een passende onderwijsplek te bieden aan alle leerlingen, ook wanneer zij extra ondersteuning nodig hebben. Om alle kinderen een passende onderwijsplek te bieden, werken scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden.

De verwachting is dat passend onderwijs een effect gaat hebben op leerlingenstromen binnen en tussen samenwerkingsverbanden. In deze thema-analyse wordt de stand voor de invoering van het passend onderwijs bekeken (in 2013), voor zowel het primair als het voortgezet onderwijs.

Ondersteuning en stromen in het primair onderwijs

Deelname aan speciaal basisonderwijs (sbao) is vooral hoog in het noorden en uiterste zuiden van het land. Deelname aan het speciaal onderwijs (so) is relatief hoog in het zuidoosten van Nederland. Ondersteuning door leerling gebonden financiering (lgf) komt vooral voor in het noorden van Nederland, oosten van Noord-Brabant en noorden van Limburg.

Voor zowel het sbao als het so geldt dat leerlingen die instromen voornamelijk uit het basisonderwijs (bao) kwamen. In 2013 gebeurde het nauwelijks dat leerlingen vanuit het sbao naar het bao overstapten.

Ondersteuning en stromen in het voortgezet onderwijs

De ondersteuning in het vo bestaat uit leerlingen in het voortgezet onderwijs met extra ondersteuning (lgf, lwoo/pro), en leerlingen die in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) onderwijs volgen. Gemiddeld krijgt 18,5% van de leerlingen in een samenwerkingsverband enige vorm van ondersteuning. In het noorden en oosten van het land zien we de hoogste percentages ondersteuning in het vo.

Leerlingen in het leerweg ondersteunend onderwijs (lwoo) komen voornamelijk uit het bao (75%), terwijl leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) voornamelijk uit het so/vso komen (49%).

Afzenders