Percentage mannen naar lerarenopleiding

Onderstaande grafiek geeft het percentage mannen  in verschillende lerarenopleidingen. Dit percentage  loopt erg uiteen.

Percentage mannen aan lerarenopleidingen
leraar boleraar soleraar vo (2e graads)leraar vo (1e graads, hbo)leraar vo (1e graads, ulo)
200014,228,742,957,842,4
200113,627,743,457,846
200213,825,244,358,542,6
200314,723,44558,644,1
200415,620,74559,946,4
200516,119,344,760,243,5
200616,517,544,361,142,1
200716,714,743,960,341,9
200816,413,843,259,543,8
200917,112,843,559,544,9
201017,312,843,460,546,4
201117,712,143,561,546,5
201218,510,543,463,546
201319,710,544,164,246,9
201420,510,9446444,1
201521,111,543,463,346,2
201622,110,743,163,144,6
201723,910,942,862,746,2

Het percentage mannen dat de pabo volgt, is de afgelopen jaren toegenomen. Dit wordt echter veroorzaakt door een afname van het aantal vrouwen dat deze opleiding volgt en niet door een toename van het aantal mannen. Steeds minder mannen volgen een opleiding tot leraar in het speciaal onderwijs. Bij de overige opleidingen is de ontwikkeling van het percentage mannen redelijk stabiel. Relatief de meeste mannen volgen een hbo-master lerarenopleiding, waarmee ze leraar in het voortgezet onderwijs kunnen worden. Voor het middelbaar beroepsonderwijs geldt dat een groot deel van de instroom van leraren niet afkomstig is van de lerarenopleiding, maar van het bedrijfsleven.

DUO; 1-cijfer HO Brontabel als csv (644 bytes)

Afzenders