Bewegingsonderwijs in het primair onderwijs

Bewegingsonderwijs is van belang voor de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen op de basisschool. Kinderen leren bewegen en daarnaast draagt bewegingsonderwijs bij aan een actieve en gezonde leefstijl van kinderen. Scholen zijn vrij in het aantal lesuren dat zij aan bewegingsonderwijs besteden. Als richtlijn wordt minstens twee lesuren (90 minuten) bewegingsonderwijs per week gehanteerd, gegeven door een (vak)leerkracht met een bevoegdheid voor bewegingsonderwijs.

Uit onderzoek naar de invulling van het bewegingsonderwijs op Nederlandse scholen blijkt dat van de ondervraagde scholen landelijk gemiddeld bijna 80% voldoet aan deze twee lesuren per week voor de groepen 3 tot en met 8. Daarnaast wordt er op gemiddeld ruim 80% van de bevraagde scholen bewegingsonderwijs gegeven door docenten met een voor dit vak behaalde bevoegdheid. Opgemerkt wordt dat de steekproef niet zo is opgezet dat het beeld per definitie representatief is voor de genoemde provincie. Een non-responsanalyse laat echter zien dat er kleine verschillen zijn tussen achtergrondkenmerken van de deelnemende en de niet deelnemende scholen. Dit maakt dat de gepresenteerde uitkomsten betrekking hebben op de grote groep deelnemende scholen maar dat bij een landelijke generalisatie de uitkomsten licht kunnen afwijken.

In deze analyse wordt een beeld geschetst van de stand van het bewegingsonderwijs in Nederland op basis van een steekproef over schooljaar 2014-15. Hierbij is uitgegaan van opgave door de scholen zelf. Wanneer in deze thema-analyse gesproken wordt over lesuren worden lesuren met een lengte van minimaal 45 minuten bedoeld. In het onderzoek is gevraagd naar het aantal minuten dat gym wordt gegeven, zodat verschillen in daadwerkelijke lengte van lesuren (bijvoorbeeld 45, 50 of 60 minuten) geen invloed op de uitkomst hebben. 

SES en schoolgrootte beïnvloeden de resultaten niet

Om meer zicht te krijgen op onderscheidende achtergrondkenmerken binnen een gemeente is gekeken naar het effect van de grootte van de school en de sociaaleconomische status van de wijk waarin de school staat. Daaruit blijkt dat er geen verschil bestaat tussen kleine en grote scholen in aantal lesuren gymnastiek en de mate van bevoegdheid van docenten. Ook de sociaaleconomische status (ses-score) is niet van invloed op het aantal lesuren gym dat de school biedt.

Toelichting bij onderzoek

In dit onderzoek voldoet een school alleen aan de urenrichtlijn als alle groepen voldoen aan de 2 lesuren per week (90 minuten in totaal per groep per week voor de groepen 3 tot en met 8). Zodra één groep hier niet aan voldoet, geldt dat de school niet aan dit criterium voldoet.

Een school voldoet aan de bevoegdheidsnorm als alle lessen worden gegeven door een bevoegde (vak)leerkracht. Zodra één van de lessen onbevoegd wordt gegeven, geldt dat de school niet voldoet aan dit criterium. Onder ‘bevoegd’ wordt een leerkracht met een bevoegdheid voor bewegingsonderwijs verstaan (dus niet per se een vakleerkracht).

Een bevoegde (vak)leerkracht voor groepen 3 t/m 8 is:
- een leraar die in het verleden via de pabo en/of akte J de bevoegdheid bewegingsonderwijs heeft gehaald
- een leraar die gestart is aan de pabo voor 1 september 2000 en afgestudeerd voor 2005
- een leraar die is afgestudeerd aan de pabo na 2005 en in het bezit is van de Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs via de pabo
- een leraar die is afgestudeerd aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO)

Alle hier getoonde data hebben alleen betrekking op de groepen 3 t/m 8. In geen enkele provincie is 100% respons behaald, waardoor de werkelijke situatie in specifieke gevallen van bovenstaand beeld kan afwijken. Een non-responsanalyse laat echter zien dat er kleine verschillen zijn tussen achtergrondkenmerken van de deelnemende en de niet deelnemende scholen. Dit maakt dat de gepresenteerde uitkomsten betrekking hebben op de grote groep deelnemende scholen maar dat bij een landelijke generalisatie de uitkomsten licht kunnen afwijken.

Afzenders