Werkzame jongeren met een bètatechnisch beroep en hun opleiding

Deze thema-analyse richt zich op de periode waarin jongeren actief zijn op de arbeidsmarkt. In de thema-analyse ‘De keuze voor techniek in het onderwijs’ worden jongeren in een technische richting gevolgd in hun onderwijsloopbaan.

De groep waarnaar gekeken wordt zijn de werkende jongeren tussen 20 en 29 jaar, die niet-onderwijsvolgend zijn en minimaal 12 uur per week werken. De focus ligt daarbij op hun al dan niet bètatechnische opleiding én op het werkzaam zijn in een al dan niet bètatechnisch beroep.

Uitkomsten, die gebaseerd zijn op een gemiddelde over de jaren 2009-2016, zijn:

  • Van de jongeren met een bètatechnische opleiding heeft 2/3 een beroep in de bètatechniek en voor jongeren met een technische of informatica opleiding is dat bijna 3/4.
  • Van de jongeren met een opleiding buiten de bètatechniek heeft 1/7 (14%) een bètatechnisch beroep.

Er zijn ook gegevens over de jaren 2006-2012 beschikbaar. Vergelijking met de meer recente jaren laat zien dat er weinig veranderd is.

Afbakening bètatechnische opleiding naar onderwijsrichting

In deze thema-analyse zijn de bètatechnische opleidingen afgebakend met behulp van de internationale onderwijsindeling 'ISCED'. Voor deze thema-analyse is onderscheid gemaakt in 4 onderwijsrichtingen binnen de bètatechnische opleidingen:

  • Techniek: opleidingen in techniek, industrie en bouwkunde. Hier vallen veel opleidingen onder, zoals milieueconomie, technisch tekenaar, textiellaborant of loodgieter.
  • Natuurwetenschap: de wiskundige en natuurwetenschappelijke opleidingen. Opleidingen voor biologisch analist, fysisch analist of ijker, maar ook bedrijfswiskunde en ecologisch beheer worden tot de wiskundige en natuurwetenschappelijke opleidingen gerekend.
  • Informatica: alle informatica-opleidingen. Hierbij horen opleidingen als webmaster, digitaal rechercheur of it-service management.
  • Snijvlak: opleidingen die niet tot één van bovenstaande opleidingen horen, maar wel een natuurwetenschappelijke of technische component hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan opleidingen voor ‘Audiovisuele techniek en mediaproductie’, maar ook aan ‘Visserij’, ‘Farmacie’ of ‘Transport en logistiek’.

Afbakening bètatechnisch beroep

Om vast te stellen of iemand een bètatechnisch beroep heeft, wordt gebruik gemaakt van de ‘beroepenindeling ROA-CBS 2014’.

Net zoals bij de onderwijsindeling wordt onderscheid gemaakt in:

  • Techniek: bijvoorbeeld ingenieurs en procesoperators onder, maar ook bakkers en slagers.
  • Natuurwetenschap: bijvoorbeeld biologen en wiskundigen, maar ook adviseurs op het gebied van landbouw, bosbouw en visserij.
  • Informatica: beroepen op het terrein van automatisering en IT, inclusief managers ICT.
  • Snijvlak: niet-technische beroepen met een technische component. Voorbeelden zijn grafische vormgevers en productontwerpers, laboranten en land- en bosbouwers.

Afzenders