De keuze voor techniek in het onderwijs

De behoefte aan goed opgeleide technici is de laatste jaren toegenomen en zal ook de komende jaren blijven groeien. Niet alleen binnen de van oudsher technische beroepen, maar ook in andere sectoren zoals de zorg, voedselindustrie, energie en sport wordt het belang van techniek steeds groter en heeft het een steeds grotere impact op de werkomgeving. De vraag naar kennis over techniek en vaardigheden voor toepassing van techniek in niet-technische beroepen neemt hierdoor de komende jaren alleen maar toe.

In deze thema-analyse worden geslaagden uit het voortgezet onderwijs (vo) in een technische richting gevolgd in het onderwijs in de jaren na hun eindexamen. In de thema-analyse ‘Werkzame jongeren met een bètatechnisch beroep en hun opleiding worden deze jongeren vervolgens gevolgd in hun loopbaan op de arbeidsmarkt.  Zo wordt nagegaan waar het grootste ‘lek’ zit in de loopbaan van het voortgezet onderwijs via vervolgonderwijs naar een technisch beroep op de arbeidsmarkt. Er is bij iedere overgang in deze loopbaan van jongeren een verlies aan technici te zien.

Afbakening

Techniek in het vo is voor deze analyse als volgt afgebakend: in vmbo b en vmbo k betreft het de sector Techniek, in vmbo g/t leerlingen die minimaal 1 eindexamenvak hebben in een technische richting (natuurkunde, scheikunde of een specifiek technisch vak), en in havo/vwo zijn dit leerlingen met profielen Natuur & Techniek (N&T) en/of Natuur & Gezondheid (N&G). Voor de vervolgopleidingen is de afbakening voor mbo gedaan op sector Techniek en voor hbo/wo op CROHO-code Techniek. Hierin wijkt de afbakening af van de gebruikte afbakening in de monitor Techniekpact.

Afzenders