Door- en uitstroom na het praktijkonderwijs (pro) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso)

Het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) monitort op landelijk niveau de doorstroom naar vervolgonderwijs en de aansluiting op de arbeidsmarkt van leerlingen die het voortgezet speciaal onderwijs (vso) of het praktijkonderwijs (pro) verlaten. 

Deze thema-analyse beschrijft enkele resultaten hiervan in meer detail, waaronder:

  • Vanuit pro en vso kunnen leerlingen doorstromen in het reguliere onderwijs. Iets meer dan de helft van de leerlingen die het pro verlaten, stroomt door naar vervolgonderwijs. Bij vso is dit iets minder dan de helft.
  • Veruit de meeste leerlingen die vanuit vso en pro een vervolgopleiding doen gaan naar het mbo. Het grootste deel van de vso doorstroom komt op mbo-niveau 2 terecht, bij het pro is dit gelijk verdeeld over niveau 1 en 2.
  • Van de leerlingen die vanuit het vso uit het (bekostigd) onderwijs stromen heeft 15% direct na schoolverlaten betaald werk, wel dan niet samen met een uitkering. Onder de schoolverlaters uit de pro is dat 43%.
  • Zowel in het pro als het vso hebben vrouwen vaker een uitkering zonder werk na het verlaten van de opleiding dan mannen.

Monitoring per instelling: te weinig leerlingen

Recent heeft het Ministerie van OCW ook verkend of monitoring op het niveau van samenwerkingsverbanden of instellingen een waardevolle aanvulling is op de landelijke monitoring. Dit document vormt een toelichting op de publicaties van het cbs over door- en uitstroom (arbeidsmarktkenmerken) van leerlingen van het vso en pro op stelsel-, en instellingsniveau. De resultaten zijn mogelijk informatief voor specifieke samenwerkingsverbanden of instellingen, echter de aantallen leerlingen die per samenwerkingsverband of instelling per jaar het vso of pro verlaten zijn te klein voor een goede vergelijking onderling. 

Toelichting structuur vso

Het vso in Nederland is onderverdeeld in vier clusters. De meeste gegevens in deze thema-analyse gaan over alle vso leerlingen. Wanneer het alleen over de leerlingen in cluster 3 en 4 gaat wordt dit expliciet aangegeven. Van de uitstromers uit het vso in 2013 behoort 87% tot clusters 3 en 4. De verschillen tussen de (school)loopbaan van alle uitstromers en de uitstromers uit clusters 3 en 4 zijn daardoor gering. 

Afzenders