Uitgaven OCW aan voortgezet onderwijs

Het ministerie van OCW bekostigt het grootste deel van de onderwijsinstellingen. Het ministerie van Economische Zaken (EZ) is verantwoordelijk voor de bekostiging van het groene onderwijs. De omvang van de OCW-uitgaven staat onder invloed van verschillende factoren, zoals beleidsintensivering en loon- en prijsontwikkelingen.

Het totale bedrag dat een onderwijsinstelling ontvangt, kan gebruikt worden voor verschillende -deels vastgestelde- doeleinden. 

Alle scholen in het voortgezet onderwijs (vo) die bekostigd worden door de Rijksoverheid ontvangen een budget voor o.a. alle personele en materiële kosten die worden gemaakt: de lumpsum. Vanaf 2015  krijgen scholen aanvullende middelen door het in 2014 bereikte Sectorakkoord. Door  een verhoging van de zogenaamde prestatiebox worden deze middelen beschikbaar gesteld. Dit geld is onder meer bedoeld voor professionalisering van leraren en schoolleiders. 

Naast een overzicht van de totale OCW-uitgaven aan voortgezet onderwijs, zijn onder 'Gerelateerde grafieken' meer figuren te vinden over de OCW-uitgaven naar soort, per leerling en de totale ontvangsten. Ten slotte worden de OCW-uitgaven per leerling per onderwijssoort weergegeven.

Uitgaven OCW voortgezet onderwijs: totaal uitgaven Mln euro
Totaal uitgavenBekostiging
20127131,76977,2
20137436,17285,4
20147315,97158,0
20157662,67503,2
20167951,07800,3

De totale uitgaven van OCW aan het vo bestaan voor een groot deel uit bekostiging. De bekostiging bestaat onder meer uit de hoofdbekostiging (lumpsum), de prestatiebox en de aanvullende bekostiging zoals voor het leerplusarrangement in het vo.

Tussen 2009 en 2016 stegen de OCW-uitgaven met bijna 1,2 miljard euro. Deze toename van ruim 17% is een gevolg van een aantal zaken, zoals de uitgaven aan informatie- en communicatietechnologie, aanvullende vergoedingen voor onderhoud, materiaal en vernieuwing, de uitgaven voor gratis schoolboeken en de toenemende leerlingaantallen.  In 2014 daalden de uitgaven even doordat een deel van deze uitgaven in  2013 is betaald. De totale uitgaven stegen vervolgens weer in 2015.

Naast de bekostiging zijn er verschillende soorten uitgaven die bijdragen aan het totaal van OCW-uitgaven, deze zijn te vinden onder 'Gerelateerde grafieken'.

Jaarverslagen OCW Brontabel als csv (190 bytes)
Uitgaven OCW voortgezet onderwijs: uitgaven naar soort (exclusief reguliere bekostiging) Mln euro
SubsidiesOpdrachtenGarantie uitgavenBijdragen aan ZBO's/RWT'sBijdragen aan (inter)nationale organisaties
201252,30,669,30,9
201352,71,465,00,4
201451,02,567,10,2
201557,82,468,00,1
201651,53,70,264,80,2

Deze figuur toont de verschillende uitgaven die naast de bekostiging bijdragen aan het totaal. De bijdrage aan zelfstandige bestuursorganen (ZBO) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT) zoals het College voor Toetsen en Examens en de onderwijs ondersteunende instellingen, vormde de grootste component.

Jaarverslagen OCW Brontabel als csv (358 bytes)
Uitgaven OCW voortgezet onderwijs: uitgaven per leerling x 1.000 euro
Totaal vo
20127,7
20137,9
20147,7
20158,0
20168,2

De gemiddelde uitgaven per leerling zijn in 2016 ongeveer 8.200 euro. Binnen het vo varieert dit bedrag afhankelijk van de samenstelling van de school. Vooral scholen die praktijkonderwijs (pro), leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) aanbieden, komen gemiddeld hoger uit. Dat komt onder andere doordat er een extra vergoeding is voor lwoo- en pro-leerlingen. In 2013 zijn de uitgaven verhoogd als gevolg van het Nationaal Onderwijsakkoord en de Begrotingsafspraken 2014.

Jaarverslagen OCW Brontabel als csv (92 bytes)
Ontvangsten OCW voortgezet onderwijs: totaal ontvangsten Mln euro
Totaal ontvangsten
20124,3
201320,1
20148,6
20158,8
20167,9

De totale OCW-ontvangsten voor het voortgezet onderwijs zijn niet stabiel en kunnen sterk van omvang wisselen van jaar op jaar.

Jaarverslagen OCW Brontabel als csv (104 bytes)
Uitgaven OCW voortgezet onderwijs: uitgaven per leerling per onderwijssoort, 2016 (x € 1.000)
TotaalPersoneelMaterieel
Gemiddeld8,26,91,3
vo-gemeensch.7,56,31,3
vmbo7,96,31,6
havo/vwo (3)7,46,31,1
havo/vwo (4, 5, 6)7,36,31,1
lwoo/pro13,111,11,9
vavo5,34,50,8

De figuur toont de OCW-uitgaven per leerling per onderwijssoort in het vo in duizenden euro's. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vo-gemeenschappelijk (leerjaar 1 en 2), vmbo (leerjaar 3 en 4), havo/vwo (leerjaar 3), havo/vwo (leerjaar 4, 5 en 6) en tenslotte leerwegondersteunend onderwijs (lwoo)/praktijkonderwijs (pro) en voortgezet algemeen volwassen onderwijs (vavo). Tevens wordt het gemiddelde over alle onderwijssoorten getoond.

In het vo zijn de gemiddelde uitgaven per leerling over alle onderwijssoorten in 2016 ca. 8000 euro. Binnen het vo varieert dit bedrag afhankelijk van de samenstelling van de school. Vooral scholen die praktijkonderwijs (pro) en leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) aanbieden, komen gemiddeld hoger uit. Dat komt onder andere omdat voor de lwoo- en pro-leerlingen een extra vergoeding wordt ontvangen.

Bewerking Rijksbegroting OCW 2015 Brontabel als csv (197 bytes)

Afzenders