Uitgaven OCW aan voortgezet onderwijs

Het ministerie van OCW bekostigt het grootste deel van de onderwijsinstellingen. Het ministerie van Economische Zaken (EZ) is tot 2018 verantwoordelijk voor de bekostiging van het groene onderwijs. De omvang van de OCW-uitgaven staat onder invloed van verschillende factoren, zoals beleidsintensivering en loon- en prijsontwikkelingen.

Het totale bedrag dat een onderwijsinstelling ontvangt, kan gebruikt worden voor verschillende -deels vastgestelde- doeleinden. 

Alle scholen in het voortgezet onderwijs (vo) die bekostigd worden door de Rijksoverheid ontvangen een budget voor o.a. alle personele en materiële kosten die worden gemaakt: de lumpsum. Vanaf 2015  krijgen scholen aanvullende middelen door het in 2014 bereikte Sectorakkoord. Door  een verhoging van de zogenaamde prestatiebox worden deze middelen beschikbaar gesteld. Dit geld is onder meer bedoeld voor professionalisering van leraren en schoolleiders. 

Naast een overzicht van de totale OCW-uitgaven aan voortgezet onderwijs, zijn onder 'Gerelateerde grafieken' meer figuren te vinden over de OCW-uitgaven naar soort, per leerling en de totale ontvangsten. Ten slotte worden de OCW-uitgaven per leerling per onderwijssoort weergegeven.

Uitgaven OCW voortgezet onderwijs: totaal uitgaven Mln euro
Totaal uitgavenBekostiging
20137436,17285,4
20147315,97158,0
20157662,67503,2
20167951,07800,3
20178143,97993,0

De totale uitgaven van OCW aan het vo bestaan voor een groot deel uit bekostiging. De bekostiging bestaat onder meer uit de hoofdbekostiging (lumpsum), de prestatiebox en de aanvullende bekostiging zoals voor het leerplusarrangement in het vo.

De OCW-uitgaven stijgen jaarlijks als gevolg van een aantal zaken, zoals de uitgaven aan informatie- en communicatietechnologie, aanvullende vergoedingen voor onderhoud, materiaal en vernieuwing, de uitgaven voor gratis schoolboeken en de toenemende leerlingaantallen.  In 2014 daalden de uitgaven even doordat een deel van deze uitgaven in  2013 is betaald. Daarna zijn de totale uitgaven vervolgens weer gestegen.

Naast de bekostiging zijn er verschillende soorten uitgaven die bijdragen aan het totaal van OCW-uitgaven, deze zijn te vinden onder 'Gerelateerde grafieken'.

Jaarverslagen OCW Brontabel als csv (210 bytes)
Uitgaven OCW voortgezet onderwijs: uitgaven naar soort (exclusief reguliere bekostiging) Mln euro
SubsidiesOpdrachtenGarantie uitgavenBijdragen aan ZBO's en RWT'sBijdragen aan (inter)nationale organisatiesBijdragen aan agentschappen (DUO)
201352,71,465,00,431,2
201451,02,567,10,237,1
201557,82,468,00,131,2
201651,53,70,264,80,230,3
201754,55,059,00,232,3

Deze figuur toont de verschillende uitgaven die naast de bekostiging bijdragen aan het totaal. De bijdrage aan zelfstandige bestuursorganen (ZBO) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT) zoals het College voor Toetsen en Examens en de onderwijs ondersteunende instellingen, vormde de grootste component.

Jaarverslagen OCW Brontabel als csv (391 bytes)
Uitgaven OCW voortgezet onderwijs: uitgaven per leerling x 1.000 euro
Totaal vo
20137,9
20147,7
20158,0
20168,2
20178,4

De gemiddelde uitgaven per leerling zijn in 2017 ongeveer 8.400 euro. Binnen het vo varieert dit bedrag afhankelijk van de samenstelling van de school. Vooral scholen die praktijkonderwijs (pro), leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) aanbieden, komen gemiddeld hoger uit. Dat komt onder andere doordat er een extra vergoeding is voor lwoo- en pro-leerlingen. In 2013 zijn de uitgaven verhoogd als gevolg van het Nationaal Onderwijsakkoord en de Begrotingsafspraken 2014.

Jaarverslagen OCW Brontabel als csv (102 bytes)
Ontvangsten OCW voortgezet onderwijs: totaal ontvangsten Mln euro
Totaal ontvangsten
201320,1
20148,6
20158,8
20167,9
20179,2

De totale OCW-ontvangsten voor het voortgezet onderwijs zijn niet stabiel en kunnen sterk van omvang wisselen van jaar op jaar.

Jaarverslagen OCW Brontabel als csv (114 bytes)
Uitgaven OCW voortgezet onderwijs: uitgaven per leerling per onderwijssoort, 2017 (x € 1.000)
TotaalPersoneelMaterieel
Gemiddeld8,46,91,4
vo-gemeensch.8,26,81,3
vmbo8,76,81,9
havo en vwo (3)86,81,2
havo en vwo (4, 5, 6)86,81,2
pro1411,92,1
vavo5,84,81,1

De figuur toont de OCW-uitgaven per leerling per onderwijssoort in het vo in duizenden euro's. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vo-gemeenschappelijk (leerjaar 1 en 2), vmbo (leerjaar 3 en 4), havo/vwo (leerjaar 3), havo/vwo (leerjaar 4, 5 en 6) en tenslotte praktijkonderwijs (pro) en voortgezet algemeen volwassen onderwijs (vavo). Tevens wordt het gemiddelde over alle onderwijssoorten getoond.

In het vo zijn de gemiddelde uitgaven per leerling over alle onderwijssoorten in 2017 ca. 8.400 euro. Binnen het vo varieert dit bedrag afhankelijk van de samenstelling van de school. Vooral scholen die praktijkonderwijs (pro) aanbieden, komen gemiddeld hoger uit. Dat komt onder andere omdat voor de pro-leerlingen een extra vergoeding wordt ontvangen.

Bewerking Rijksbegroting OCW 2017 Brontabel als csv (192 bytes)

Afzenders