Financiën voortgezet onderwijs

Scholen in het vo ontvangen van de Rijksoverheid een lumpsumbekostiging. Naast het Rijk besteden ook andere organisaties en huishoudens geld aan het voortgezet onderwijs. 

Bekostiging komt vooral van de Rijksoverheid

Scholen in het vo ontvangen geld van de overheid, bedrijven, huishoudens en organisaties. Het vo wordt voor het grootste deel door de Rijksoverheid bekostigd. Dit aandeel is de afgelopen jaren ook gegroeid. Daarnaast betalen huishoudens voor hun schoolgaande kinderen. In 2015 werd hier bijna 760 miljoen euro voor uitgegeven.

Daling totale uitgaven aan voortgezet onderwijs vanwege vooruitbetalingen

Er is in 2015 0,7 miljard euro meer aan het vo uitgegeven dan in 2010. De uitgaven in het vo betreffen voornamelijk uitgaven aan onderwijsinstellingen. 

OCW-uitgaven per leerling gestegen

Het grootste deel van de scholen voor voortgezet onderwijs ontvangen van het Rijk een budget voor alle personele en materiële kosten die worden gemaakt: de lumpsum. Daarnaast zijn er private uitgaven zoals de ouderbijdrage en gemeentelijke uitgaven aan vo-scholen. Sinds 2011 stijgen de OCW uitgaven voor het vo. Afgezien van de reguliere bekostiging  (waar veruit het meeste aan uitgegeven wordt) werd tot 2011 het meeste uitgegeven aan subsidies. In 2012 zijn deze uitgaven echter gedaald. Sinds 2013 zijn de uitgaven aan opdrachten gestegen. Ook de OCW uitgaven voor het vo per leerling zijn vanaf 2011 weer aan het stijgen.

Afzenders