Prestaties van scholen in het voortgezet onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt of scholen voldoen aan de basiskwaliteit. Het oordeel van de Inspectie wordt sinds 2017 uitgedrukt in goed, voldoende, onvoldoende of zeer zwak. Bij aanwijzingen van onvoldoende kwaliteit wordt de mate van toezicht aangepast.

Oordelen vo, 2019 Percentage vo afdelingen naar oordeel Inspectie
Zeer zwakOnvoldoendeVoldoende en goed
Praktijk-onderwijs00,699,4
vmbo b10,898,2
vmbo k1,5197,5
vmbo gt1,20,398,5
havo3,80,595,7
vwo2,10,297,7

Het staafdiagram laat de beoordeling van de Inspectie zien voor de verschillende schoolsoorten van het reguliere voortgezet onderwijs. Per schoolsoort is het percentage scholen te zien dat als voldoende/goed, onvoldoende en zeer zwak werd beoordeeld. Het grootste deel van de vo afdelingen is van voldoende kwaliteit, in totaal heeft 97,6% voldoende  basiskwaliteit. Met 99,4% heeft het praktijkonderwijs  het hoogste aandeel afdelingen van voldoende kwaliteit. De havo heeft verhoudingsgewijs de meeste zwakke afdelingen (3,8%). 

De grafiek toont alleen het jaar 2019. Een langere tijdreeks is te vinden in de brontabel onder 'Download deze grafiek'.
Door wisseling in de manier van toezichthouden zijn de gegevens in meerjarig perspectief niet meer zomaar te vergelijken. 

Bron: Inspectie van het Onderwijs Brontabel als csv (571 bytes)

Zie ook

  • Inspectie van het Onderwijs Naast het toezicht op individuele besturen,  scholen en instellingen, doet de Inspectie van het Onderwijs ook schooloverstijgende onderzoeken en kijkt ze naar het onderwijsstelsel als geheel. De Inspectie rapporteert gevraagd en ongevraagd over ontwikkelingen binnen het onderwijs en ze kaart onderwerpen aan die maatschappelijke en politieke aandacht verdienen.

Afzenders