Arbeidsmarktpositie van leerlingen uitgestroomd uit het voortgezet speciaal onderwijs met uitstroomprofiel arbeidsmarkt

Ongeveer 3.000 van de leerlingen die jaarlijks het voortgezet speciaal onderwijs (vso) verlaten, hebben het uitstroomprofiel 'arbeidsmarkt'. 35-38% van deze groep gaat door in ander onderwijs, en 62-65% stroomt uit het onderwijs. Voor deze groep van ongeveer 1.800 tot 2.000 'uitstromers uit het vso' wordt de arbeidsmarktpositie beschreven.

Eerst wordt de ontwikkeling in de uitstroom naar werk en uitkering getoond in een tijdreeks die start in 2015. De reeks start een jaar later dan die van leerlingen die uitstromen uit het praktijktijkonderwijs omdat het cohort uitstromers uit schooljaar 2014/2015 het eerste is waarvoor de groep met uitstroomprofiel arbeidsmarkt onderscheiden kan worden.

In de grafieken eronder en in de daarbij horende 'Gerelateerde grafieken' wordt de uitstroom naar werk en uitkering vanuit het vso uitstroomprofiel arbeidsmarkt steeds vanuit een andere hoek belicht. Zo wordt de arbeidsmarktpositie van mannen en vrouwen vergeleken en die van uitstromers met een Nederlandse en met een migratieachtergrond.

Aandeel met werk en aandeel met een uitkering van vso'ers direct na uitstroom In procenten
% werk% uitkering
20153152
20163145
20173933

Van de vso'ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt uit schooljaar 2016/2017 had 4 op de 10 (39%) direct na schoolverlaten werk (met al dan niet daarnaast een uitkering). Een derde (33%) had direct na schoolverlaten een uitkering (al dan niet met daarnaast werk).

Bij de uitstromers uit schooljaar 2014/2015 en 2015/2016 was het aandeel met werk kleiner en het aandeel met een uitkering groter. Bij de daling van het aandeel met een uitkering speelt de invoering van de nieuwe Wajong in 2015 waarschijnlijk een rol. Hierdoor hebben minder uitstromers recht op deze uitkering dan voorheen.

Door de toename van het aandeel met werk en de afname van het aandeel met een uitkering is de groep met alleen werk (geen uitkering) groter geworden en de groep met alleen een uitkering (geen werk) kleiner (zie  gerelateerde grafiek).

Deze gegevens over 2015, 2016 en 2017 betreffen definitieve cijfers. Er zijn ook voorlopige gegevens beschikbaar over 2018 (zie betreffende grafieken op deze pagina). Omdat daarin nog niet alle werkenden en uitkeringen zijn meegenomen, zijn die cijfers niet vergelijkbaar met de cijfers in deze grafiek.

CBS Brontabel als csv (57 bytes)
Arbeidsmarktpositie van vso'ers direct na uitstroom In procenten
% alleen werk% werk en uitkering% alleen uitkering% geen werk en geen uitkering
201519124029
20162463831
20173633131

Van de vso'ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt uit schooljaar 2016/2017 had 36% direct na uitstroom alleen werk (geen uitkering). 31% had alleen een uitkering (geen werk) en eveneens 31% had geen werk en geen uitkering. Het aandeel met werk en een uitkering was met 3% klein.

De uitstromers met alleen werk (geen uitkering) vormen voor het eerst sinds de vorige twee peilmomenten de grootste groep. Dit aandeel is met 17%-punt gestegen van 19% in 2015 naar 36% in 2017. Het aandeel met alleen een uitkering is met 9%-punt gedaald van 40% in 2015 naar 31% in 2017. De groep zonder werk en zonder uitkering is vrij stabiel. De groep met werk en een uitkering was in 2015 12%, maar vormt nu met 3% nog maar een klein deel van de totale groep vso-uitstromers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt.

Deze gegevens over 2015, 2016 en 2017 betreffen definitieve cijfers. Er zijn ook voorlopige gegevens beschikbaar over 2018 (zie betreffende grafieken op deze pagina). Omdat daarin nog niet alle werkenden en uitkeringen zijn meegenomen, zijn die cijfers niet vergelijkbaar met de cijfers in deze grafiek.

CBS Brontabel als csv (137 bytes)
Arbeidsmarktpositie van vso'ers direct na uitstroom in oktober 2017, naar geslacht In procenten
% alleen werk% werk en uitkering% alleen uitkering% geen werk en geen uitkering
Totaal3633131
Mannen3922731
Vrouwen2544228

Van de mannen die uitstroomden uit het vso met uitstroomprofiel arbeidsmarkt heeft 4 op de 10 (39%) alleen werk (geen uitkering). Onder vrouwen is dit aandeel met 25% lager. Vrouwen hebben met 42% vaker alleen een uitkering; onder mannen is dit 27%. Vrouwen hebben iets vaker werk én een uitkering (4% van de vrouwen en 2% van de mannen) en mannen hebben iets vaker geen werk en geen uitkering (31% van de mannen en 28% van de vrouwen).

Deze gegevens over 2017 betreffen definitieve cijfers. Er zijn ook voorlopige gegevens beschikbaar over 2018 (zie betreffende grafieken op deze pagina). Omdat daarin nog niet alle werkenden en uitkeringen zijn meegenomen, zijn die cijfers niet vergelijkbaar met de cijfers in deze grafiek.

CBS Brontabel als csv (901 bytes)
Arbeidsmarktpositie van vso'ers direct na uitstroom in oktober 2017, naar migratieachtergrond In procenten
% alleen werk% werk en uitkering% alleen uitkering% geen werk en geen uitkering
Totaal3633131
Nederlandse achtergrond3933127
Westerse migratieachtergr.30.3038
Niet-westerse migratieachtergr.29.2940

Vso'ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt hebben direct na uitstroom vaker alleen werk (39%) als ze een Nederlandse achtergrond hebben dan als ze een westerse (30%) of niet-westerse (29%) migratieachtergrond hebben. Onder uitstromers met een Nederlandse achtergrond is de groep met alleen werk het grootst. Onder uitstromers met een migratieachtergrond is de groep met geen werk en geen uitkering het grootst (38% en 40% tegenover 27% van de uitstromers met een Nederlandse achtergrond).

Deze gegevens over 2017 betreffen definitieve cijfers. Er zijn ook voorlopige gegevens beschikbaar over 2018 (zie betreffende grafieken op deze pagina). Omdat daarin nog niet alle werkenden en uitkeringen zijn meegenomen, zijn die cijfers niet vergelijkbaar met de cijfers in deze grafiek.

CBS Brontabel als csv (1 kB)
Arbeidsmarktpositie van vso’ers direct na uitstroom in oktober 2018, naar geslacht (voorlopige cijfers) In procenten
% alleen werknemer% werknemer en uitkering% alleen uitkering% geen werknemer en geen uitkering
Totaal3912534
Mannen4312135
Vrouwen29.3633

Van de vso'ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt uit schooljaar 2017/2018 is 39% direct na uitstroom alleen werknemer (zonder uitkering). 34% is geen werknemer en heeft ook geen uitkering. Een kwart (25%) heeft direct na uitstroom uit het vso alleen een uitkering. 

Mannen zijn vaker alleen werknemer (43% tegen 29%); vrouwen hebben vaker alleen een uitkering (36% tegen 21%). Het aandeel dat geen werknemer is en geen uitkering heeft, is bij mannen iets groter dan bij vrouwen (35% tegen 33%).

Deze gegevens over 2018 betreffen voorlopige cijfers. Werknemers in het buitenland, zelfstandigen en bepaalde uitkeringen konden nog niet worden meegenomen. Om die reden zijn deze cijfers niet vergelijkbaar met de definitieve cijfers over 2017.

CBS Brontabel als csv (942 bytes)
Arbeidsmarktpositie van vso’ers direct na uitstroom in oktober 2018, naar migratieachtergrond (voorlopige cijfers) In procenten
% alleen werknemer% werknemer en uitkering% alleen uitkering% geen werknemer en geen uitkering
Totaal3912534
Nederlandse achtergrond4212532
Westerse migratieachtergr.38.1645
Niet-westerse migratieachtergr.3022840

In 2018 is het aandeel vso'ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt dat direct na uitstroom alleen werknemer is (zonder uitkering) onder personen met een Nederlandse achtergrond groter dan onder personen met een migratieachtergrond. Het verschil is het grootst met uitstromers met een niet-westerse achtergrond (30% tegen 42%). Uitstromers met een migratieachtergrond hebben relatief vaak geen werk als werknemer en geen uitkering: 45% van de uitstromers met een westerse migratieachtergrond en 40% van de uitstromers met een niet-westerse achtergrond tegen 32% van de uitstromers met een Nederlandse achtergrond. 

Deze gegevens over 2018 betreffen voorlopige cijfers. Werknemers in het buitenland, zelfstandigen en bepaalde uitkeringen konden nog niet worden meegenomen. Om die reden zijn deze cijfers niet vergelijkbaar met de definitieve cijfers over 2017.

CBS Brontabel als csv (1 kB)
Aandeel met werk en aandeel met een uitkering van vso'ers direct na uitstroom (in oktober 2016) en 1 jaar na uitstroom (in oktober 2017) In procenten
direct na uitstroom1 jaar na uitstroom
% werk3138
% uitkering4555

Deze figuur vergelijkt het aandeel met werk en met een uitkering van vso'ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt direct na uitstroom (in 2016) en 1 jaar later. Van de vso'ers uit schooljaar 2015/2016 had 3 op de 10 (31%) direct na uitstroom een werk (al dan niet naast een uitkering) en 45% een uitkering (al dan niet naast werk). 1 jaar later, in 2017, is zowel het aandeel met werk als het aandeel met een uitkering gestegen: het aandeel met werk is 7%-punt groter (38%) en het aandeel met een uitkering 10%-punt groter (55%).

De toename van het aandeel met een uitkering heeft onder andere te maken met de leeftijdsopbouw. Degenen die het vso op 17-jarige leeftijd verlieten, hadden direct na uitstroom geen recht op een uitkering. 1 jaar later, op 18-jarige leeftijd, komen ze wel in aanmerking voor een uitkering.

CBS Brontabel als csv (525 bytes)
Arbeidsmarktpositie van vso'ers direct na uitstroom (in oktober 2016) en 1 jaar na uitstroom (in oktober 2017) In procenten
direct na uitstroom1 jaar na uitstroom
% alleen werk2429
% werk en uitkering69
% alleen uitkering3846
% geen werk en geen uitkering3116

Deze figuur vergelijkt de arbeidsmarktpositie van vso'ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt direct na uitstroom (in 2016) en 1 jaar later. Van het cohort uitstromers uit schooljaar 2015/16 hebben na 1 jaar meer personen werk, maar ook meer personen een uitkering dan direct na uitstroom. Hierdoor zijn de drie groepen met werk en/of een uitkering groter geworden en de groep met geen van beide kleiner. Op beide peilmomenten is het aandeel met alleen een uitkering (geen werk) het grootst: 38% direct na uitstroom en 46% 1 jaar na uitstroom. Direct na uitstroom is de groep met geen werk en geen uitkering daarna het grootst (31%), na 1 jaar is de groep met alleen werk de tweede grootste groep (29%). De groep met werk en een uitkering is op beide momenten het kleinst, maar na 1 jaar wel iets groter (9%) dan direct na uitstroom (6%).

De toename in het aandeel met een uitkering (al dan niet met werk) heeft te maken met de leeftijdsopbouw. Degenen die het vso op 17-jarige leeftijd verlieten, hadden direct na uitstroom geen recht op een uitkering. 1 jaar later, op 18-jarige leeftijd, komen ze wel in aanmerking voor een uitkering.

CBS Brontabel als csv (679 bytes)
Type uitkering van vso'ers direct na uitstroom (in oktober 2016) en 1 jaar na uitstroom (in oktober 2017) In procenten
direct na uitstroom1 jaar na uitstroom
% uitkering, totaal4555
% Wajong2530
% bijstand1720

Bij de de groep vso-leerlingen met uitstroomprofiel arbeidsmarkt die uit schooljaar 2015/2016 uitstroomden naar een uitkering (al dan niet naast werk), had het grootste deel een Wajong-uitkering (25% van de uitstromers) en daarnaast een deel een bijstandsuitkering (17% van de uitstromers). 1 jaar na uitstroom zijn beide groepen groter geworden (Wajong 5%-punt groter en bijstand 3%-punt groter).

De toename heeft te maken met de leeftijdsopbouw. Degenen die het vso op 17-jarige leeftijd verlieten, hadden direct na uitstroom geen recht op een uitkering. 1 jaar later, op 18-jarige leeftijd, komen ze wel in aanmerking voor een uitkering.

CBS Brontabel als csv (581 bytes)

Afzenders