Arbeidsmarktpositie van leerlingen uitgestroomd uit het praktijkonderwijs

Tussen 6.200 en 7.200 leerlingen verlaten jaarlijks het praktijkonderwijs (pro). Iets meer dan de helft gaat door in ander onderwijs, waarvan het grootste deel naar mbo 1 en mbo 2. Iets minder dan de helft stroomt dus uit het onderwijs. Voor deze groep 'uitstromers uit het pro' wordt de arbeidsmarktpositie beschreven.

Eerst wordt de ontwikkeling in de uitstroom naar werk en uitkering getoond in een tijdreeks die start in 2014. In de grafieken eronder en in de daarbij horende 'Gerelateerde grafieken' wordt de uitstroom naar werk en uitkering vanuit het pro steeds vanuit een andere hoek belicht. Zo wordt de arbeidsmarktpositie van mannen en vrouwen vergeleken en die van uitstromers met een Nederlandse en met een migratieachtergrond.

Aandeel met werk en aandeel met een uitkering van pro'ers direct na uitstroom In procenten
% werk% uitkering
201447,152,4
201553,833,0
201656,123,3
201763,818,1

Van de uitstromers uit schooljaar 2013/2014 had ruim de helft (52,4%) direct na schoolverlaten een uitkering (met al dan niet daarnaast werk). Bij de uitstromers uit schooljaar 2015/2016 is het aandeel met een uitkering met 23,3% een flink stuk kleiner. De invoering van de nieuwe Wajong in 2015 speelt hierbij mogelijk een rol. Hierdoor hebben minder uitstromers recht op deze uitkering dan voorheen. Van de uitstromers uit schooljaar 2016/2017 had een nog kleiner aandeel een uitkering (18,1%). Het aandeel van de uitstromers met werk is tussen 2014 en 2017 gestegen van 47,1 naar 63,8%. 

Door de toename van het aandeel uitstromers met werk en de afname van het aandeel met een uitkering is vooral de groep met alleen werk (geen uitkering) groter geworden. De groepen met alleen een uitkering of met werk en een uitkering zijn kleiner geworden (zie gerelateerde grafiek).

Deze gegevens over 2014 tot en met 2017 betreffen definitieve cijfers. Er zijn ook voorlopige gegevens beschikbaar over 2018 (zie betreffende grafieken op deze pagina). Omdat daarin nog niet alle werkenden en uitkeringen zijn meegenomen, zijn die cijfers niet vergelijkbaar met de cijfers in deze grafiek.

CBS Brontabel als csv (85 bytes)
Arbeidsmarktpositie van pro'ers direct na uitstroom In procenten
% alleen werk% werk en uitkering% alleen uitkering% geen werk en geen uitkering
201427,519,632,820,1
201544,29,623,422,8
201652,93,220,023,8
201760,83,015,121,1

Voor de uitstromers uit schooljaar 2013/2014 geldt dat een derde (32,8%) direct na uitstroom (in 2014) alleen een uitkering had (geen werk) en een vijfde (19,6%) zowel een uitkering als werk. Iets meer dan een kwart (27,5%) had alleen werk en een vijfde (20,1%) van de uitstromers had geen werk en geen uitkering.

Door de afname van het aandeel uitstromers met een uitkering en de toename van het aandeel met werk is de groep met alleen werk (geen uitkering) in 2017 met 60,8% flink groter geworden. Het aandeel uitstromers met alleen een uitkering is gedaald naar 15,1% en het aandeel met werk en een uitkering is met 3,0% nog maar klein. Het aandeel uitstromers met geen werk en geen uitkering is in 2017 met 21,1% iets groter dan in 2014.

Deze gegevens over 2014 tot en met 2017 betreffen definitieve cijfers. Er zijn ook voorlopige gegevens beschikbaar over 2018 (zie betreffende grafieken op deze pagina). Omdat daarin nog niet alle werkenden en uitkeringen zijn meegenomen, zijn die cijfers niet vergelijkbaar met de cijfers in deze grafiek.

CBS Brontabel als csv (186 bytes)
Arbeidsmarktpositie van pro'ers direct na uitstroom in oktober 2017, naar geslacht In procenten
% alleen werk% werk en uitkering% alleen uitkering% geen werk en geen uitkering
Totaal60,83,015,121,1
Mannen6631220
Vrouwen5242123

Van de mannen die uitstromen uit het pro vindt een groter deel (69%) meteen werk dan van de vrouwen (56%). Ook het aandeel dat in 2017 direct na uitstroom alleen werk heeft (geen uitkering) is met 66% onder mannen groter dan onder vrouwen (52%). Vrouwen hebben vaker alleen een uitkering (21%) of geen werk en geen uitkering (23%) dan mannen (12% en 20%).

Deze gegevens over 2017 betreffen definitieve cijfers. Er zijn ook voorlopige gegevens beschikbaar over 2018 (zie betreffende grafieken op deze pagina). Omdat daarin nog niet alle werkenden en uitkeringen zijn meegenomen, zijn die cijfers niet vergelijkbaar met de cijfers in deze grafiek.

CBS Brontabel als csv (1 kB)
Arbeidsmarktpositie van pro'ers direct na uitstroom in oktober 2017, naar migratieachtergrond In procenten
% alleen werk% werk en uitkering% alleen uitkering% geen werk en geen uitkering
Totaal60,83,015,121,1
Nederlandse achtergrond6531517
Westerse migratieachtergrond55.1330
Niet-westerse migratieachtergrond5041729

Zowel onder pro-uitstromers met een Nederlandse achtergrond als onder uitstromers met een migratieachtergrond is de groep met alleen werk (geen uitkering) in 2017 het grootst. Uitstromers met een Nederlandse achtergrond hebben met 65% vaker alleen werk dan uitstromers met een westerse (55%) of niet-westerse (50%) migratieachtergrond. Bij alle uitstromers is de groep met geen werk en geen uitkering daarna het grootst. Bij de uitstromers met een westerse (30%) of niet-westerse (29%) migratieachtergrond is de groep met geen werk en geen uitkering groter dan bij uitstromers met een Nederlandse achtergrond (17%).

Deze gegevens over 2017 betreffen definitieve cijfers. Er zijn ook voorlopige gegevens beschikbaar over 2018 (zie betreffende grafieken op deze pagina). Omdat daarin nog niet alle werkenden en uitkeringen zijn meegenomen, zijn die cijfers niet vergelijkbaar met de cijfers in deze grafiek.

CBS Brontabel als csv (1 kB)
Arbeidsmarktpositie van pro’ers direct na uitstroom in oktober 2018, naar geslacht (voorlopige cijfers) In procenten
% alleen werknemer% werknemer en uitkering% alleen uitkering% geen werknemer en geen uitkering
Totaal63,81,312,222,8
Mannen681922
Vrouwen5621725

Van de leerlingen die uitstroomden uit schooljaar 2017/2018 heeft 63,8% direct na uitstroom alleen werk als werknemer (geen uitkering). Minder dan een kwart (22,8%) heeft geen werk als werknemer en geen uitkering. 12,2% heeft direct na uitstroom uit het pro alleen een uitkering. Met 1,3% is de groep die werknemer is en een uitkering heeft het kleinst.

Onder mannen is het aandeel dat alleen werknemer is met 68% groter dan onder vrouwen (56%). Vrouwen hebben relatief vaker geen werk als werknemer en geen uitkering: 25% van de vrouwen vergeleken met 22% van de mannen. Hetzelfde geldt voor het aandeel dat alleen een uitkering heeft: dit is 17% bij de vrouwen en 9% bij de mannen.

Deze gegevens over 2018 betreffen voorlopige cijfers. Werknemers in het buitenland, zelfstandigen en bepaalde uitkeringen konden nog niet worden meegenomen. Om die reden zijn deze cijfers niet vergelijkbaar met de definitieve cijfers over 2017.

CBS Brontabel als csv (1.007 bytes)
Arbeidsmarktpositie van pro’ers direct na uitstroom in oktober 2018, naar migratieachtergrond (voorlopige cijfers) In procenten
% alleen werknemer% werknemer en uitkering% alleen uitkering% geen werknemer en geen uitkering
Totaal63,81,312,222,8
Nederlandse achtergrond6911218
Westerse migratieachtergrond50.1139
Niet-westerse migratieachtergrond5321233

In 2018 is het aandeel dat direct na uitstroom uit het pro alleen werknemer is onder uitstromers met een Nederlandse achtergrond groter dan onder uitstromers met een migratieachtergrond: 69% vergeleken met 50% en 53%. Uitstromers met een migratieachtergrond hebben relatief vaak geen werk als werknemer en geen uitkering: 39% van de uitstromers met een westerse migratieachtergrond en 33% van de uitstromers met een niet-westerse migratieachtergrond.

Deze gegevens over 2018 betreffen voorlopige cijfers. Werknemers in het buitenland, zelfstandigen en bepaalde uitkeringen konden nog niet worden meegenomen. Om die reden zijn deze cijfers niet vergelijkbaar met de definitieve cijfers over 2017.

CBS Brontabel als csv (1 kB)
Aandeel met werk en aandeel met een uitkering van pro'ers direct na uitstroom (in oktober 2016) en 1 jaar na uitstroom (in oktober 2017) In procenten
direct na uitstroom1 jaar na uitstroom
% werk56,165,2
% uitkering23,324,8

Deze figuur vergelijkt het aandeel met werk en met een uitkering van pro-uitstromers direct na uitstroom (in 2016) en 1 jaar later. Van de pro-uitstromers na schooljaar 2015/2016 had ruim de helft (56,1%) direct na uitstroom werk (al dan niet gecombineerd met een uitkering) en had minder dan een kwart (23,3%) een uitkering (al dan niet gecombineerd met werk). 1 jaar later, in 2017, is het aandeel met werk onder hen 9,1%-punt groter. Het aandeel van hen dat een uitkering heeft is met 1,5%-punt gestegen.

De toename van het aandeel met een uitkering heeft onder andere te maken met de leeftijdsopbouw. Degenen die het pro op 17-jarige leeftijd verlieten, hadden direct na uitstroom geen recht op een uitkering. 1 jaar later, op 18-jarige leeftijd, kwamen ze wel in aanmerking voor een uitkering.

CBS Brontabel als csv (735 bytes)
Arbeidsmarktpositie van pro'ers direct na uitstroom (in oktober 2016) en 1 jaar na uitstroom (in oktober 2017) In procenten
direct na uitstroom1 jaar na uitstroom
% alleen werk52,961,4
% werk en uitkering3,23,8
% alleen uitkering20,021,0
% geen werk en geen uitkering23,813,7

Deze figuur vergelijkt de arbeidsmarktpositie van pro-uitstromers direct na uitstroom (in 2016) en 1 jaar later. Van het cohort uitstromers uit schooljaar 2015/16 hebben na 1 jaar meer personen werk maar ook meer personen een uitkering dan direct na uitstroom. Hierdoor zijn de drie groepen met werk en/of een uitkering groter geworden en de groep met geen van beide kleiner. Op beide peilmomenten is de groep met alleen werk (geen uitkering) het grootst: 52,9% direct na uitstroom en 61,4% 1 jaar na uitstroom. De groep zonder werk en zonder uitkering is 1 jaar na uitstroom met 13,7% een stuk kleiner dan direct na uitstroom (23,8%).

De toename van het aandeel met een uitkering heeft onder andere te maken met de leeftijdsopbouw. Degenen die het pro op 17-jarige leeftijd verlieten, hadden direct na uitstroom geen recht op een uitkering. 1 jaar later, op 18-jarige leeftijd, kwamen ze wel in aanmerking voor een uitkering.

CBS Brontabel als csv (990 bytes)
Type uitkering van pro'ers direct na uitstroom (in oktober 2016) en 1 jaar na uitstroom (in oktober 2017) In procenten
direct na uitstroom1 jaar na uitstroom
% uitkering, totaal23,324,8
% Wajong4,25,7
% bijstand17,115,3

Bij de groep pro-leerlingen die uit schooljaar 2015/2016 uitstroomden naar een uitkering (al dan niet gecombineerd met werk), had het grootste deel een bijstandsuitkering (17,1% van alle uitstromers). Daarnaast had een deel een Wajong-uitkering (4,2% van alle uitstromers). Dit aandeel is lager vergeleken met de uitstromers uit voorgaande schooljaren. Dit hangt samen met de strengere regels voor toegang tot de Wajong sinds 2015.

De toename van het aandeel met een uitkering heeft onder andere te maken met de leeftijdsopbouw. Degenen die het pro op 17-jarige leeftijd verlieten, hadden direct na uitstroom geen recht op een uitkering. 1 jaar later, op 18-jarige leeftijd, kwamen ze wel in aanmerking voor een uitkering.

CBS Brontabel als csv (827 bytes)

Afzenders