Hoogst behaald onderwijsniveau

Voor het meten van het hoogst behaalde onderwijsniveau van de Nederlandse bevolking wordt de Enquête Beroepsbevolking (EBB) gebruikt. De EBB is een enquête waarmee informatie over de arbeidsmarkt en gerelateerde kenmerken van personen, zoals onderwijsdeelname en het hoogst behaalde onderwijsniveau, wordt verzameld.

Dit kengetal gaat over de Nederlandse bevolking van 15 tot 75 jaar. Er wordt binnen het hoogst behaalde onderwijsniveau een onderscheiding gemaakt naar vijf categorieën, namelijk de categorie basisonderwijs, de categorie vmbo, havo-, vwo-onderbouw en mbo1, de categorie havo, vwo en mbo2-4, de categorie hbo en wo bachelor en de categorie hbo en wo master of doctor. Daarnaast zijn cijfers beschikbaar over onderwijsniveau naar leeftijd, het aandeel hoogopgeleide 30- tot 35-jarigen naar geslacht en een vergelijking van het onderwijsniveau van 15- tot 75-jarigen en 30- tot 35-jarigen in een aantal Europese landen.

Hoogst behaald onderwijsniveau bevolking (15 tot 75 jaar) In procenten
OnbekendHbo, wo master, doctorHbo, wo bachelorHavo, vwo, mbo2-4Vmbo, havo,- vwo-onderbouw, mbo1Basisonderwijs
20080,89,216,339,624,79,5
20090,79,316,939,324,49,4
20100,89,417,439,223,99,3
20110,89,017,639,024,19,5
20120,99,317,939,023,69,3
20132,09,917,640,220,69,8
20141,310,317,840,220,79,7
20151,210,418,539,820,49,7
20161,410,718,539,720,19,5
20171,511,218,939,819,59,1

In 2017 beschikte in Nederland 11% van de 15- tot 75-jarigen over een afgeronde masteropleiding (zowel hbo als wo) of een doctorstitel. Ten opzichte van 2008 is dit een stijging van 2%-punten. In deze periode is ook het aandeel 15- tot 75-jarigen dat een bacheloropleiding als hoogst behaald onderwijsniveau heeft, met 3%-punten gestegen. Het aandeel met alleen basisonderwijs is ten opzichte van 2008 weinig veranderd en ligt in 2017 op  9%. Degenen met als hoogst behaald onderwijsniveau havo of vwo of een opleiding op het niveau mbo-2, -3 of -4 vormen met 40% nog steeds de grootste groep. Dit percentage is de afgelopen tien jaar nauwelijks veranderd.

CBS Brontabel als csv (484 bytes)
Hoogst behaald onderwijsniveau van 15- tot 75-jarigen (2017) In procenten
OnbekendHbo, wo master, doctorHbo, wo bachelorHavo, vwo, mboVmbo, mbo 1, avo onderbouwBasisonderwijs
15 tot 25 jaar0,41,59,042,032,614,5
25 tot 35 jaar1,418,227,839,79,43,6
35 tot 45 jaar1,916,725,040,211,44,8
45 tot 55 jaar1,813,419,243,715,36,6
55 tot 65 jaar1,89,917,539,021,610,2
65 tot 75 jaar1,36,514,632,429,116,1

In Nederland had in 2017 7% van de 65- tot 75-jarigen een diploma op het niveau van de hbo of wo master. Dit aandeel is onder jongere generaties beduidend groter. Zo ging het bij de 25- tot 35-jarigen om 18%. Het aandeel laagopgeleiden daarentegen is bij de 65- tot 75-jarigen weer groter. Van de 65- tot 75-jarigen had 16% alleen basisonderwijs, bij de 25- tot 35-jarigen gaat het om iets minder dan 4%. Omdat men tegenwoordig leerplichtig is en over een startkwalificatie moet beschikken, komt het weinig meer voor dat men als hoogst behaald niveau alleen basisonderwijs heeft. De leeftijdscategorie 15- tot 25-jarigen laat zoals verwacht sterk afwijkende resultaten zien. Dat komt doordat deze jongeren vaak nog op school zitten en naar verwachting nog een hoger niveau zullen behalen.

CBS Brontabel als csv (779 bytes)
Hoogopgeleide 30- tot 35-jarigen naar mannen en vrouwen In procenten
TotaalMannenVrouwen
200838,637,140,1
200939,137,141,2
201041,738,944,5
201140,737,144,3
201241,739,444,0
201342,138,945,3
201444,241,047,4
201545,742,548,9
201644,941,048,8
201747,043,350,8

In 2017 was 47% van de 30- tot 35-jarigen hoogopgeleid. Voor de jonge vrouwen van 30 tot 35 jaar geldt dat voor het eerst meer dan de helft een hbo of wo opleiding succesvol heeft afgerond. Onder hun mannelijke leeftijdsgenoten was dat aandeel 8%-punten kleiner. De verschillen tussen jonge vrouwen en mannen zijn groter dan tien jaar geleden; toen ging het om 3%-punten in het voordeel van de vrouwen. Een van de Europese 2020 doelstellingen is dat 40% van de 30- tot 35-jarigen in 2020 hoogopgeleid is. Nederland voldoet daar op dit moment aan.

CBS Brontabel als csv (255 bytes)
Onderwijsniveau internationaal vergeleken: 15- tot 75-jarigen (2017) In procenten
Laag opgeleidMiddelbaar opgeleidHoog opgeleid
EU-2828,145,226,7
VK2140,938,1
FIN20,743,835,5
ZWE22,642,634,8
BEL29,736,134,2
DEN27,241,731,1
NED29,44030,6
FRA27,842,329,9
DUI19,555,824,7

In 2017 was in het Verenigd Koninkrijk het aandeel hoogopgeleiden onder 15- tot 75-jarigen het grootst. Dit aandeel was 11%-punten groter dan het gemiddelde aandeel hoogopgeleiden in de EU. In Nederland is het aandeel hoogopgeleiden niet zo groot als in het Verenigd Koninkrijk, maar met 31% wel groter dan gemiddeld in de EU. In Duitsland was het aandeel hoogopgeleiden het laagst terwijl het aandeel middelbaar opgeleiden het hoogst was van de hier vergeleken landen.

Eurostat Brontabel als csv (227 bytes)
Onderwijsniveau internationaal vergeleken: 30- tot 35-jarigen (2017) In procenten
LaagopgeleidMiddelbaaropgeleidHoogopgeleid
EU-2816,943,239,9
ZWE12,536,151,3
DEN16,135,048,8
VK14,537,148,3
NED14,038,147,9
BEL17,336,845,9
FIN9,645,744,6
FRA14,741,044,3
DUI12,953,134,0

In Zweden is het aandeel hoogopgeleiden onder  30 tot 35-jarigen het grootst. Dit aandeel is 11%-punten groter dan het gemiddelde aandeel hoogopgeleiden in de EU. Nederland kent een even groot aandeel hoogopgeleiden als het Verenigd Koninkrijk en Denemarken met 48%. In Duitsland is het aandeel hoogopgeleiden het kleinst terwijl het aandeel middelbaar-opgeleiden het grootst is. België kent het grootste aandeel laagopgeleiden. Dit aandeel is gelijk aan het gemiddelde aandeel laagopgeleiden in de EU.

Eurostat Brontabel als csv (227 bytes)

Afzenders