Voortijdig schoolverlaters in Europa

Zowel Europa als Nederland zetten in op het tegengaan van voortijdig schoolverlaten. Streven is dat in 2020 maximaal 10% van de 18- tot 25-jarigen het onderwijs voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, heeft verlaten. Voor Nederland is de nationale doelstelling 8%.

Het kengetal voortijdig schoolverlaters gaat over jongeren van 18 tot 25 jaar en wordt gepresenteerd voor het totaal van de 28 landen van de Europese Unie en voor Nederland. Daarnaast zijn er cijfers beschikbaar over voortijdig schoolverlaten onder mannen en vrouwen en over de positie op de arbeidsmarkt van voortijdig schoolverlaters.

De cijfers over voortijdig schoolverlaten worden jaarlijks geactualiseerd op basis van de Enquête Beroepsbevolking (EBB). Met de EBB wordt informatie verzameld over de arbeidsmarkt en gerelateerde kenmerken van personen, zoals onderwijsdeelname en het hoogst behaalde onderwijsniveau.

Voortijdig schoolverlaten voor de EU-28 en voor Nederland Jongeren van 18 tot 25 jaar, in procenten
Europese Unie (28 landen)Nederland
200714,911,7
200814,711,4
200914,210,9
201013,910,0
201113,49,2
201212,78,9
2013*11,99,3
2014**11,28,7
201511,08,2
201610,78,0

* Gewijzigde vraagstelling voor Nederland.
** Vanaf 2014 wordt aan de hand van de ISCED 2011 bepaald of iemand beschikt over een startkwalificatie. In de voorgaande jaren is dat de ISCED 1997.

In 2016 heeft 8,0% van de Nederlandse 18- tot 25-jarigen voortijdig het onderwijs verlaten. Dit aandeel schoolverlaters zonder startkwalificatie is lager dan gemiddeld in de 28 landen van de Europese Unie (10,7%). In de afgelopen tien jaar is het aandeel voortijdig schoolverlaters in Nederland gedaald en is de nationale doelstelling van 8% bereikt. In Europa is een vergelijkbare dalende trend te zien, echter is de Europese doelstelling van 10% is nog niet bereikt.

Eurostat Brontabel als csv (195 bytes)
Voortijdig schoolverlaten naar geslacht en land in Europa 2016, in procenten
MannenVrouwen
Europese Unie (28 landen)12,29,2
Duitsland10,99,4
Nederland10,15,8
Belgi√ę10,27,4

Het aandeel voortijdig schoolverlaters is onder jonge mannen groter dan onder jonge vrouwen. Dit geldt voor Nederland, net als voor bijna alle andere landen van de Europese Unie. In 2016 beschikte in Nederland 10% van de jonge niet-onderwijsvolgende mannen niet over een startkwalificatie, onder jonge vrouwen was dat iets minder dan 6%. Dit verschil tussen jonge mannen en jonge vrouwen is iets groter dan gemiddeld in de Europese Unie. In zowel buurland Duitsland als bij de zuiderburen in België is het aandeel voortijdig schoolverlaters iets groter dan in Nederland, het verschil tussen jonge mannen en jonge vrouwen is in beide landen echter kleiner dan in Nederland.

Eurostat Brontabel als csv (111 bytes)
Voortijdig schoolverlaten naar positie op de arbeidsmarkt voor Nederland en EU-28 In procenten
WerkzaamWil werkenWil niet werken
NED
20106,71,91,4
20116,12,01,1
20125,71,91,3
20135,52,51,2
20145,12,41,3
20155,02,01,2
20164,81,81,3
EU-28
20106,45,22,3
20116,05,22,2
20125,35,22,2
20134,85,02,1
20144,54,72,0
20154,64,32,1
20164,54,02,2

In 2016 is in Nederland meer dan de helft van de voortijdig schoolverlaters (18 tot 25 jaar) aan het werk (4,8%-punt van 8,0%). Dit aandeel is gelijk aan dat van vorig jaar. De jaren daarvoor daalde het aandeel werkzame voortijdig schoolverlaters. Dit had te maken met de mindere economische situatie. Het aandeel dat wilde werken werd in die periode groter en het aandeel dat niet wilde werken bleef ongeveer gelijk. Vergeleken met het gemiddelde in de Europese Unie zijn er in Nederland relatief veel voortijdig schoolverlaters werkzaam. In de Europese Unie is daarentegen het aandeel dat wil werken beduidend groter. Hierbij gaat het zowel om personen die daadwerkelijk ook werk zoeken (werkloos) als om de personen die wel willen werken maar niet zoeken.

Eurostat Brontabel als csv (308 bytes)