Prognoses arbeidsmarkt po

Voor goed onderwijs is het belangrijk dat er voldoende en kwalitatief geschikte leraren zijn. Om voorbereid te zijn op de toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt laat OCW jaarlijks arbeidsmarktramingen uitvoeren.

De hier gepresenteerde ramingen geven een beeld van de arbeidsmarkt voor leraren in de komende jaren, uitgaande van de huidige situatie. Als daarbij tekorten worden verwacht houdt deze voorspelling niet in dat klassen massaal leeg zullen staan. Er wordt slechts voorspeld dat, onder de nu bekende omstandigheden, er meer leraren nodig zijn  om aan de vraag te voldoen dan er gevonden kunnen worden.

Door het ministerie van OCW wordt jaarlijks geraamd wat de leerlingaantallen in het primair onderwijs de komende  jaren zullen zijn. De bevolkingsprognoses van het CBS dienen als basis voor de ramingen. Uitgaande van dezelfde verhouding tussen leerlingen en leraren als momenteel, kan worden berekend wat de geraamde aantallen benodigde leraren in fte de komende jaren zullen zijn.

Ramingen totaal (zittend en evt. nieuw) benodigde leraren gebaseerd op geraamde leerlingaantallen voor po, periode 2015-2025
FTE x 1000
201587,8
201686,9
201786,1
201885,5
201984,8
202084
202183,4
202283
202383
202483,2
202583,8

De leerlingendaling in het primair onderwijs zal de komende jaren beduidend minder sterk zijn dan in de afgelopen jaren het geval is geweest. Vanaf 2023 wordt weer een stijgende trend voorzien. In bovenstaande figuur is te zien dat de behoefte aan leraren daarmee gelijke tred houdt.

Bij het bestaande lerarenkorps vindt uitstroom plaats om verschillende redenen (met als belangrijkste pensioen). Om aan de bovenstaande aantallen te kunnen komen wordt bij de instroom in de sector voornamelijk geleund op de afgestudeerden van de lerarenopleidingen. Als er onvoldoende gediplomeerde instroom mogelijk is ontstaat er onvervulde vraag, oftewel tekorten.

OCW, Referentieraming Brontabel als csv (128 bytes)
Verwachte tekorten leraren en directeuren po in fte, 2015-2025
fte
20152
2016124
2017678
20181824
20192909
20204053
20214909
20226086
20237378
20248838
202510537

Deze figuur toont de geraamde tekorten aan benodigde fte's, met de juiste diplomering. Het gaat hier om de vervanging van de uitstroom uit het onderwijs en de eventuele uitbreiding van het onderwijspersoneel. De tekorten tegen 2025 lopen dusdanig op dat de opstellers van de ramingen (CentERdata) waarschuwen dat dit buiten het geldigheidsgebied van de gebruikte modellen valt. Bij dergelijke geraamde tekorten is het namelijk niet meer aannemelijk dat alle omstandigheden ongewijzigd blijven. Kijken we minder ver vooruit, dan is te zien dat volgens de ramingen in 2020 een tekort van ruim 4.000 fte aan leraren en directeuren in het  primair onderwijs zal ontstaan bij ongewijzigde omstandigheden. 

CentERdata Brontabel als csv (123 bytes)

Onderstaand figuur geeft de regionale verschillen in de verwachte tekorten.  Deze worden uitgedrukt in vacaturedruk voor de verschillende regio’s. De vacaturedruk is het aandeel verwacht tekort van de totale werkgelegenheid voor leraren in het primair onderwijs.

Verwachte tekorten leraren en directeuren po, RPA-regio vacaturedruk, 2020
Vacaturegraaddruk po leraren plus directeuren2020
Landelijk4,42%
Noord-Groningen1,74%
Oost-Groningen4,68%
Centraal-Groningen5,39%
Friesland4,38%
Zuid- en Midden-Drenthe4,74%
IJssel en Vecht3,70%
Twente3,06%
Noordwest-Veluwe3,87%
Stedendriehoek4,82%
De Vallei6,12%
IJssel en Rijn3,98%
Achterhoek1,61%
Nijmegen4,28%
Rivierenland3,69%
Flevoland2,99%
Gooi en Vechtstreek2,12%
Eemland3,99%
Utrecht-Midden3,89%
Noord-Holland-Noord4,47%
Zuidelijk Noord-Holland4,22%
Rijn Gouwe4,60%
Haaglanden5,71%
Rijnmond4,05%
Zeeland4,63%
West-Brabant3,82%
Midden-Brabant4,49%
Noordoost-Brabant4,05%
Zuidoost-Brabant3,94%
Noord-Limburg3,21%
Weert2,02%
Roermond3,20%
Westelijke Mijnstreek1,34%
Parkstad Limburg3,57%
Maastricht Mergelland3,78%
Utrecht4,38%
Amsterdam7,27%
s Gravenhage5,39%
Rotterdam6,33%
Almere4,30%

Vrijwel geen arbeidsmarktregio (RPA-gebied, Regionaal Platform Arbeidsmarkt) zal de komende jaren een lage vacaturedruk hebben, maar er zijn wel regionale verschillen. De grote steden Amsterdam en Rotterdam hebben te maken met de hoogste vacaturedruk terwijl krimpregio's zoals Noord-Groningen, de Achterhoek en de Westelijke Mijnstreek de minste vacaturedruk hebben. Deze verschillen hangen voor een groot deel samen met de toe- of afname van het aantal leerlingen de komende jaren. De problematiek is dus, zoals verwacht kan worden, groter in de regio’s met leerlingengroei en neemt af naarmate de leerlingdaling groter is. Dit betekent dat niet alleen de totale vacaturedruk zal toenemen, maar ook dat de verschillen tussen regio’s die er nu zijn de komende jaren nog groter zullen worden.

CentERdata Brontabel als csv (876 bytes)

Omdat de ramingen ook een signaalfunctie hebben zorgen zij er daarmee voor dat de uitgangspunten waarop ze gebaseerd zijn veranderd kunnen worden. Dat betekent dat als geraamde tekorten zich in de praktijk voordoen er verschillende mechanismes zijn die in werking komen. Een grote vraag naar leraren kan bijvoorbeeld meer mensen naar de opleiding trekken en wervingskracht hebben op zij-instromers. Verder zijn veranderingen in de leerling-leraar ratio en de mate waarin bevoegd wordt les gegeven natuurlijk ook factoren die een rol spelen bij de uiteindelijke tekorten.

Afzenders