Personeelssterkte

Wat is de werkgelegenheidsontwikkeling van de afgelopen jaren? Hieronder komen achtereenvolgens aan de orde de ontwikkeling van de personeelsomvang, de ontwikkeling van het aandeel van leraren, van vrouwen en van ouderen in de totale formatie. Tot slot volgt de leeftijdsverdeling van leraren.

Personeelssterkte in fte per sector

Personeelssterkte in fte per sector x 1.000
POVOMBOHBOWO
2009138,8874530,142,2
201013786,845,230,642,9
2011131,185,143,731,742,9
2012125,883,941,932,242,9
2013124,383,941,432,943,2
2014122,584,842,133,843,6
2015120,585,543,734,944,2
2016120,885,54535,845,3
2017121,284,845,435,846,6
2018125,584,34636,247,5
2019127,38446,137,2

De ontwikkeling van de werkgelegenheid verschilt per onderwijssector. In de afgelopen jaren is de personeelssterkte in alle onderwijssectoren toegenomen, behalve in het voortgezet onderwijs. Daar is de totale personeelsomvang uitgedrukt in fte afgenomen. Met name de werkgelegenheid in het primair onderwijs is tussen oktober 2017 en oktober 2019 gegroeid. Per saldo kwamen er in twee jaar tijd 6,1 duizend fte bij, vooral onder het onderwijsondersteunende personeel. In deze sector zijn afspraken gemaakt om de werkdruk onder leraren te verlichten, waarbij één van de mogelijkheden het aanstellen van extra personeel betreft. Uit de cijfers blijkt dat dit daadwerkelijk gebeurt.

Bron: DUO (Salarisadministraties van instellingen), VH (RAHO) en VSNU (WOPI). Brontabel als csv (355 bytes)
Aandeel leraren in formatie per sector In procenten (op basis van fte's)
POVOMBOHBOWO
20097672,459,156,827,3
201075,67257,157,127,1
201175,771,957,357,727,2
2012767258,558,927,3
201376,272,158,827,9
201476,372,358,961,128,1
201576,172,458,461,328,6
20167672,358,261,529
201775,672,15861,229,2
201874,271,957,961,429,5
201973,171,458,461,5

In de meeste onderwijssectoren vormen leraren logischerwijs de grootste functiegroep. Het aandeel leraren in de totale formatie is het hoogst in het primair onderwijs (73,1% in oktober 2019) en het laagst in het  wetenschappelijk onderwijs (29,5% in december 2018). Dit laatste hangt samen met het feit dat op universiteiten niet alleen onderwijs wordt verzorgd, maar ook onderzoek wordt verricht. Het aandeel leraren is sterk afhankelijk van wie je meetelt als leraar en wie niet. Zo komen in het middelbaar beroepsonderwijs relatief veel instructeurs voor, die tot het overige personeel zijn gerekend.

Bron: DUO (Salarisadministraties van instellingen), VH (RAHO) en VSNU (WOPI). Brontabel als csv (338 bytes)
Aandeel vrouwen in formatie per sector In procenten (op basis van fte's)
POVOMBOHBOWO
200976,443,848,14942
201076,844,748,649,942,7
201177,345,44950,543,3
201277,846,249,751,244
201378,347,149,544,5
201478,947,950,652,244,8
201579,648,651,352,645,2
201680,249,351,953,545,8
20178149,952,653,746,2
201881,550,653,454,146,8
201981,751,154,354,5

Het aandeel vrouwen in de formatie verschilt aanzienlijk tussen het primair onderwijs en de overige onderwijssectoren. In het primair onderwijs betreft van de totale formatie 81,7% een vrouw in oktober 2019, in de andere sectoren ligt dat percentage aanzienlijk lager. In alle sectoren is het aandeel van vrouwen opnieuw toegenomen. Al jaren is sprake van een gestaag voortgaande feminisering van het onderwijs.

Bron: DUO (Salarisadministraties van instellingen), VH (RAHO) en VSNU (WOPI). Brontabel als csv (342 bytes)
Aandeel 50-plussers in formatie per sector In procenten (op basis van fte's)
POVOMBOHBOWO
20093945,649,741,429
201039,946,150,44229,6
201140,846,751,24229,5
201241,346,852,54229,7
201341,946,753,429,9
201441,946,553,242,430,2
201541,245,851,742,330,2
201639,945,250,542,530,1
201738,644,849,94329,8
201836,544,249,143,329,8
201935,443,648,643,7

Het aandeel ouderen in de formatie verschilt flink tussen de onderwijssectoren. Het aandeel 50-plussers is het hoogst in het middelbaar beroepsonderwijs (48,6 % in oktober 2019) en het laagst in het wetenschappelijk onderwijs (29,8% in december 2018). In vooral het primair onderwijs, maar ook in het middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs, daalt het aandeel 50-plussers sinds 2012/2013. Opvallend is dat dit aandeel in het hoger beroepsonderwijs juist is toegenomen in de afgelopen jaren.

Bron: DUO (Salarisadministraties van instellingen), VH (RAHO) en VSNU (WOPI). Brontabel als csv (340 bytes)

Personeelssterkte in fte's per (sub)sector

Personeelssterkte in fte's per (sub)sector x 1.000
20092010201120122013201420152016201720182019
POTotaal138,8137131,1125,8124,3122,5120,5120,8121,2125,5127,3
BAO109,9107,9103,499,398,19795,896,496,7100,7101,7
SBAO7,47,16,76,46,25,85,65,45,45,65,8
(V)SO21,521,92120,120,119,719,2191919,219,8
VOTotaal8786,885,183,983,984,885,585,584,884,384
MBOTotaal4545,243,741,941,442,143,74545,44646,1
HBOTotaal30,130,631,732,232,933,834,935,835,836,237,2
WOTotaal42,242,942,942,943,243,644,245,346,647,5
Bron: DUO (Salarisadministraties van instellingen), VH (RAHO) en VSNU (WOPI). Brontabel als csv (557 bytes)

Leeftijdsverdeling van leraren per sector, 2019

Leeftijdsverdeling van leraren per sector, 2019 Aantal leraren per leeftijd in jaren
POVOMBO
20 of jonger25,170,44,7
21330,0188,011,0
22843,6324,741,6
231307,4566,4113,2
241871,9771,6151,3
252229,0983,2276,0
262477,41197,1387,9
272559,11400,5451,5
282728,01496,3554,6
292816,61549,1598,4
302697,91669,8623,9
312688,81648,3658,9
322658,51657,2625,1
332777,61658,2605,4
342800,91576,1593,4
352641,11481,6597,2
362512,01503,6583,3
372617,41485,2559,3
382613,11447,8560,9
392553,51509,5557,0
402325,91418,6521,0
412190,11417,5524,7
422071,31319,5533,2
432025,21305,3543,3
441945,81326,0514,8
451940,31241,4518,4
461805,01230,5519,0
471825,21289,0571,0
481813,71293,5564,0
491646,51253,3698,5
501621,61250,6669,3
511534,41288,8601,3
521677,91211,4668,8
531721,71227,7633,0
541825,51280,9710,1
552015,51404,9737,4
561950,71333,7813,9
571935,71443,6841,9
582009,01562,2854,1
592189,71624,3913,9
602360,91748,2977,3
612300,11635,1912,0
622141,31629,7816,0
631819,71458,5870,9
641334,11248,9731,3
65881,5941,2551,2
66239,1249,5141,1
67 of ouder90,6101,224,2

Deze figuur toont de leeftijdsverdeling van leraren in het primair onderwijs, in het voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs (inclusief groen onderwijs). Allereerst valt op dat de leeftijdsverdeling in het po schever is dan in het mbo, dat wil zeggen er is een sterkere scheiding tussen jonge en oude leraren. In het mbo is de leeftijdsverdeling meer gelijkmatig. Het vo neemt een tussenpositie in. Vervolgens is duidelijk dat in al deze sectoren leraren van 55 jaar en ouder langzaam aan de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en het onderwijs verlaten.

Bron: DUO (Salarisadministraties van instellingen). Brontabel als csv (1 kB)

Afzenders