Schematische weergave Nederlands onderwijsstelsel

Het Nederlands onderwijsstelsel heeft verschillende schooltypen voor deelnemers van verschillende leeftijden en met een verschillend leervermogen.

Het Nederlandse onderwijsstelsel wordt schematisch weergegeven. Kinderen van 5 tot 16 jaar zijn leerplichtig. Onder de 4 jaar kunnen kinderen deelnemen aan voor- en vroegschoolse educatie (vve). Vanaf 4-jarige leeftijd mogen kinderen naar de basisschool (bao), die uit 8 leerjaren bestaat. Het speciaal basisionderwijs (sbao) en het speciaal onderwijs (so) is gericht op leerlingen die specialistische zorg en ondersteuning nodig hebben. De gemiddelde leeftijd waarop kinderen naar het voortgezet onderwijs (vo) gaan, is 12 jaar. Het voortgezet onderwijs bestaat uit het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) en het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo). Een andere mogelijkheid is de doorstroom naar het praktijkonderwijs (pro) of het voortgezet speciaal onderwijs (vso). Na het voortgezet onderwijs stromen studenten uit naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo). Het mbo kent 4 niveaus. Een mbo-student kan kiezen voor een beroepsopleidende leerweg (bol) en een beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Het hbo en het wo bestaan uit een bachelor- en een masterfase. Buiten het traditionele onderwijsstelsel kan onderwijs gevolgd worde naan de Open Universiteit.

Schematische weergave van het Nederlandse onderwijsstelsel.

Vroegschoolse educatie

Voor kinderen jonger dan de leerplichtige leeftijd (jonger dan 4 jaar) zijn er in Nederland voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie (vve). Deze voorzieningen richten zich op kinderen van 2,5 tot en met 5 jaar die het risico lopen op een onderwijsachterstand.

Basis- en speciaal onderwijs

Vanaf het vierde levensjaar gaan de meeste kinderen naar de basisschool (bao), die uit 8 leerjaren bestaat. Het speciaal basisonderwijs (sbao) en het speciaal onderwijs (so) is gericht op leerlingen die specialistische zorg en ondersteuning nodig hebben.

Voortgezet onderwijs

De gemiddelde leeftijd waarop kinderen naar het voortgezet onderwijs (vo) gaan, is 12 jaar. Het voortgezet onderwijs bestaat uit 3 verschillende niveaus: het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) en het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo). Een andere mogelijkheid is de doorstroom naar het praktijkonderwijs (pro) of het voortgezet speciaal onderwijs (vso). Na het speciaal (basis)onderwijs stromen de meeste leerlingen door naar het vmbo en het pro.

Middelbaar beroepsonderwijs

In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zijn 4 kwalificatieniveaus: assistentenopleiding (niveau 1), basisberoepsopleiding (niveau 2), vakopleiding (niveau 3) en middenkader- en specialistenopleiding (niveau 4). Een mbo-student kan kiezen voor een beroepsopleidende leerweg (bol) en een beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Bij bbl ligt de nadruk op de praktijk (minimaal 60% van totale studieduur vindt plaats in de praktijk).

Hoger beroepsonderwijs

Het hoger beroepsonderwijs (hbo) leidt over het algemeen op tot een bachelorgraad. Daarnaast zijn er kortere programma's die opleiden tot een associate degree. Ook kunnen hogescholen een masteropleiding aanbieden.

Wetenschappelijk onderwijs

Universiteiten (wo) bieden opleidingen die leiden tot een bachelorgraad of een mastergraad.

Afzenders