Stromen in het Nederlandse onderwijs

Het Nederlandse onderwijs kent verschillende stromen. Verreweg de meeste kinderen starten op de basisschool (PO). Slechts een verwaarloosbaar deel van de leerlingen start niet in het PO. Van de 100 kinderen die in het PO starten, stromen er gemiddeld 94 door naar regulier voortgezet onderwijs. In de stroomdiagram op deze pagina kunt u zien hoe deze leerlingen door het onderwijs bewegen.

Stromenschema 2018

De in-, uit- en doorstroom in het Nederlandse onderwijsstelsel in procenten van een cohort uitstromende basisonderwijsleerlingen, 2018.

Zoals in de diagram te zien is, stroomt bijna de helft van de leerlingen na de eerst jaren in het voortgezet onderwijs door naar het VMBO. Een heel klein deel stroomt na de eerste jaren in het voortgezet onderwijs uit zonder diploma. De rest van de leerlingen gaat naar de HAVO of het VWO.

Een paar dingen zijn niet te zien in het stroomdiagram. Dat is ten eerste de doorstroom vanuit het speciaal onderwijs. Van de 2,90% die instroomt in het VSO, stroomt 1,21% door naar het MBO. 1,69% behaalt geen officieel diploma. Vaak behalen deze leerlingen wel een of meerdere certificaten. Van de 2,96% van de leerlingen die vanuit het basisonderwijs instromen in het praktijkonderwijs stroomt 1,58% door naar het MBO. 1,11% haalt geen diploma. Ook deze leerlingen behalen vaak welk een of meerdere certificaten, net als de leerlingen op het VSO.

Ten tweede is in het stroomdiagram niet zichtbaar hoeveel masterstudenten (HBO en WO) er uitstromen zonder diploma. Dit is omdat deze mensen vallen onder de uitstroom bachelorstudenten met diploma.

Tot slot is niet zichtbaar hoeveel studenten er opleidingen ‘stapelen’. Dit zijn leerlingen die bijvoorbeeld na hun VMBO-diploma doorstromen naar een MBO-opleiding op niveau 2 en daarna nog niveau 3 en niveau 4 gaan doen, om uiteindelijk een HBO-diploma te halen. Dit komt gedeeltelijk omdat het stapelen in het onderwijs afneemt, en gedeeltelijk omdat deze mensen al ergens in de cijfers meetellen.

Afzenders