Prognoses arbeidsmarkt mbo

Voor goed onderwijs is het belangrijk dat er voldoende en kwalitatief geschikte leraren zijn. Om voorbereid te zijn op de toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt laat OCW jaarlijks arbeidsmarktramingen uitvoeren.

De hier gepresenteerde ramingen geven een beeld van de arbeidsmarkt voor leraren in het middelbaar beroepsonderwijs de komende jaren, uitgaande van de huidige situatie. Als daarbij tekorten worden verwacht, houdt deze voorspelling niet in dat klassen massaal leeg zullen staan. Er wordt slechts voorspeld dat, onder de nu bekende omstandigheden, er meer leraren nodig zijn om aan de vraag te voldoen dan er gevonden kunnen worden.

Door het ministerie van OCW wordt jaarlijks geraamd wat de studentaantallen in het middelbaar beroepsonderwijs de komende jaren zullen zijn. De basis voor de ramingen zijn de bevolkingsprognoses van het CBS. Uitgaande van dezelfde verhouding tussen deelnemers en leraren als momenteel, kan worden berekend wat de geraamde aantallen benodigde leraren in fte de komende jaren zullen zijn.

Ramingen totaal (zittend en evt. nieuw) benodigde leraren in het mbo

Ramingen totaal (zittend en evt. nieuw) benodigde leraren in het mbo In duizenden fte, periode 2019-2029
FTE x1000
201925,6
202025,3
202125
202224,6
202324,3
202424
202523,8
202623,7
202723,5
202823,3
202923

Voor de komende 10 jaar wordt een aanzienlijke leerlingdaling verwacht, en daarmee een verminderde behoefte aan leraren. De behoefte aan leraren in het mbo zal naar verwachting met ongeveer 2.500 fte dalen tussen 2019 en 2029.

Bij het bestaande lerarenkorps vindt uitstroom plaats om verschillende redenen (met als belangrijkste pensioen). Als er onvoldoende gediplomeerde instroom mogelijk is ontstaat er onvervulde vraag, oftewel tekorten.

Bron: CentERdata Brontabel als csv (130 bytes)

Voor het middelbaar beroepsonderwijs geldt dat een groot deel van de instroom van leraren niet afkomstig is van de lerarenopleiding, maar van het bedrijfsleven. Daarom is het mbo ook geen ‘gesloten systeem’ waarvoor ramingen kunnen worden gemaakt zoals voor het po en vo. Wat wel kan worden getoond is de verwachte instroom van leraren die in de komende jaren nodig zal zijn in het mbo.

Benodigde instroom van leraren in het mbo

Benodigde instroom van leraren in het mbo In fte, periode 2019-2029
fte
20191090
20201297
20211399
20221127
20231146
20241189
20251339
20261390
20271347
20281096
20291109

De vraag naar nieuwe instroom neemt naar verwachting toe tot en met 2021 en neemt vervolgens af. Na 2024 neemt de vraag naar verwachting weer toe. De stijging die in eerste instantie verwacht wordt, wordt veroorzaakt doordat het mbo de komende jaren te maken heeft met een grote uitstroom van ouder personeel. De daling daarna houdt verband met de verwachte daling in deelnemersaantallen.

Bron: CentERdata Brontabel als csv (127 bytes)

Omdat de ramingen ook een signaalfunctie hebben zorgen zij ervoor dat de uitgangspunten waarop ze gebaseerd zijn veranderd kunnen worden. Als tekorten zich in de praktijk voordoen zijn er verschillende mechanismes die in werking komen. Een grote vraag naar leraren kan bijvoorbeeld meer mensen naar de opleiding trekken en wervingskracht hebben op zij-instromers. Verder zijn veranderingen in de leerling-leraar ratio en de mate waarin bevoegd wordt lesgegeven natuurlijk ook factoren die een rol spelen bij de uiteindelijke tekorten.

Afzenders