Aansluiting middelbaar beroepsonderwijs-arbeidsmarkt

Het mbo leidt op tot een beroep. Een groot deel van de studenten stroomt na zijn opleiding uit naar de arbeidsmarkt. De positie van mbo-schoolverlaters op de arbeidsmarkt wordt geanalyseerd via de registergegevens (loonadministratie) en enquêtes van het CBS en Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).

Mbo-uitstromers hebben weer vaker werk

Mbo-uitstromers hadden in 2015 vaker werk dan in 2014. In de periode 2008-2013 nam het aandeel werkende mbo'ers juist af. In 2015 had 71,3% van de mbo-bol schoolverlaters direct na uitstromen werk, in 2008 was dit nog 77,4%. Gediplomeerde mbo'ers hebben vaker werk (bijna 80% in 2015) dan ongediplomeerde (56,2% in 2015). Mbo-uitstromers uit de studierichting 'Gezondheidszorg en welzijn' die aan het werk gaan als werknemer hebben het hoogste uurloon.

Hoger niveau geeft meer kans op baan

In 2015 is de intredewerkloosheid voor mbo bbl-schoolverlaters afgenomen of gelijk gebleven in vergelijking met 2014. Voor bol-schoolverlaters is de intredewerkloosheid toegenomen. Hierbij hebben schoolverlaters op mbo-niveau 1 de minst gunstige positie: voor hen duurt het gemiddeld het langst voordat ze werk hebben gevonden. Het percentage werkzame schoolverlaters met een baan op minimaal eigen niveau of eigen/verwante richting is over het algemeen hoog. In 2015 is dit percentage voor zowel bbl- als voor bol-schoolverlaters toegenomen.

Afzenders