Leeftijdsverdeling docenten in primair en voortgezet onderwijs

Net als in Nederland is ook in andere landen sprake van vergrijzing van het lerarenkorps. Nederland heeft meer leraren ouder dan 50 jaar dan de OESO landen gemiddeld.
Tegelijkertijd is er ook sprake van verjonging: Nederland heeft ook relatief veel leraren jonger dan 30 jaar. 

Leeftijdsverdeling docenten in het primair onderwijs, internationale positie (2018)

Leeftijdsverdeling docenten in het primair onderwijs, internationale positie (2018)
jonger dan 30 jaar30-49 jaarouder dan 50 jaar
VK29%55%16%
BEL21%55%24%
JAP19%51%29%
VS16%55%29%
NED15%50%34%
DEN15%51%33%
FRA12%65%23%
ZWE10%55%36%
DUI9%55%37%
FIN8%59%33%
OESO12%55%32%
EU-2311%54%35%

Nederland heeft in vergelijking met de West-Europese landen, op Duitsland en Zweden na, het hoogste aandeel 50-plussers. Daar staat echter een relatief groot aandeel jonge leraren tegenover; 15% van de leraren is onder de 30. 

Bron: EAG 2020, tabel D5.3 Brontabel als csv (258 bytes)
Leeftijdsverdeling docenten in de onderbouw van het voortgezet onderwijs, internationale positie (2018)
jonger dan 30 jaar30-49 jaarouder dan 50 jaar
VK22%60%18%
JAP18%51%31%
BEL16%56%28%
VS16%55%29%
NED15%46%39%
DEN15%53%32%
FRA10%59%32%
FIN8%60%32%
ZWE8%55%37%
DUI6%49%44%
OESO10%54%36%
EU-239%52%40%

Internationaal is in Nederland in de onderbouw van het voortgezet onderwijs het aandeel leraren die ouder zijn dan 50 jaar hoger dan het gemiddelde in de OESO-landen en ook hoger dan in de meeste vergelijkingslanden. Tegelijkertijd is er ook sprake van verjonging: het aandeel jonge leraren (<30 jaar) is met 15% hoger dan in de meeste OESO-landen.

Bron: EAG 2020, tabel D5.3 Brontabel als csv (256 bytes)

Afzenders