Opleidingsniveau van de bevolking

Nieuwe generaties zijn steeds hoger opgeleid dan de oudere, ook in de landen om ons heen. Minimaal een diploma hoger secundair onderwijs (minimaal havo/vwo/mbo2) is de norm geworden onder jongeren in bijna alle OESO landen. 

Opleidingsniveau van de bevolking % van de 25-64 jarigen naar hoogst behaald opleidingsniveau (2017)
Max. havo- vwo- mbodiplomaho opgeleid
JAP49%51%
VS54%46%
VK54%46%
FIN56%44%
ZWE58%42%
DEN61%39%
BEL60%40%
NED63%37%
FRA65%35%
DUI71%29%
OESO66%38%

Het opleidingsniveau van de Nederlandse volwassen beroepsbevolking is heel vergelijkbaar met dat gemiddeld in de OESO. ZIe ook Hoogst behaald onderwijsniveau voor een uitgebreidere opleidingsverdeling van de Nederlandse 15-75 jarigen in Nederland over de tijd. 

Bron: EAG 2018, tabel A1.1 Brontabel als csv (183 bytes)

Wat voor de 25-64 jarigen geldt, geldt nog sterker voor de jongeren. Bij de 25-34 jarigen is een groter aandeel hoog opgeleid dan bij de 25-64 jarigen. Het opleidingsniveau van de Nederlandse jongvolwassen beroepsbevolking is hoger (47%) dan gemiddeld in de OESO (44%). Er zijn echter ook landen met een hoger percentage hoogopgeleiden, zoals Canada (61%). In deze landen is vooral het aandeel met Associate Degrees (korte programma's in hoger onderwijs) hoger. Het aandeel hoogopgeleide 25-34 jarigen is tussen 2007 en 2017 gestegen met 10 procentpunt van 37% naar 47%. 

Opleidingsniveau van de bevolking % van de 25-34 jarigen naar hoogst behaald opleidingsniveau (2017)
Max. havo- vwo- mbodiplomaho opgeleid
JAP
CAN39%61%
VS52%48%
ZWE53%47%
DEN53%47%
NED53%47%
FRA56%44%
BEL54%46%
FIN59%41%
DUI69%31%
OESO57%44%
Bron: EAG 2018, tabel A1.2 Brontabel als csv (178 bytes)

Afzenders