Instroom in het hoger onderwijs

De instroomkans in het hoger onderwijs in Nederland ligt iets boven het OESO-gemiddelde.

In Japan en België ligt de instroomkans in het hoger onderwijs voor studenten tot 25 jaar beduidend boven het OESO-gemiddelde (zie metadata voor definitie van instroomkans). In de Zweden, Verenigde Staten en Finland daarentegen ligt deze instroomkans onder het OESO-gemiddelde.

Instroomkans in het hoger onderwijs

Instroomkans in het hoger onderwijs % van de studenten in de bevolking tot 25 jaar dat voor de eerste keer instroomt in het hoger onderwijs (incl. Associate degrees, promovendi en internationale studenten)
2018
JAP73%
BEL68%
VK63%
NED62%
DEN58%
DUI52%
FIN47%
VS46%
ZWE46%
OESO54%
EU-2353%

De instroomkans in het hoger onderwijs van studenten tot 25 jaar in Nederland ligt met 62% boven het OESO-gemiddelde van 54%.
Zie de gerelateerde grafiek 'Instroomkans in het hoger onderwijs naar niveau' voor de instroomkans per niveau. 

Bron: EAG 2020, tabel B4.1 Brontabel als csv (110 bytes)
Instroomkans in het hoger onderwijs naar niveau, 2018 % van de studenten in de bevolking tot 25 jaar dat voor de eerste keer instroomt in bachelor, of % van de studenten in de bevolking tot 30 jaar dat voor de eerste keer instroomt in master of PhD (incl. internationale studenten)
bachelormasterpromovendi
BEL71,5%30,7%0,6%
NED61,0%21,6%1,2%
VK60,2%23,2%2,8%
FRA53,6%38,7%1,8%
DEN50,9%29,7%2,1%
JAP49,6%7,5%1,5%
FIN44,7%6,7%1,0%
DUI41,1%28,0%2,7%
ZWE31,5%25,3%1,2%
VS9,0%0,7%
OESO48,6%19,0%1,4%
EU-2347,4%20,5%1,6%

In Denemarken, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk is voor alle onderwijssoorten de instroomkans groter dan het OESO-gemiddelde.
Nederland heeft een gemengd beeld. De bachelor- en master-instroomkans liggen boven het OESO-gemiddelde en de promovendi-instroomkans iets onder het OESO-gemiddelde.

Bron: EAG 2020, tabel B4.3 Brontabel als csv (291 bytes)

Aandeel jongeren tot 25 jaar in de instroom (1e keer) in het hoger onderwijs ISCED 5-8

Aandeel jongeren tot 25 jaar in de instroom (1e keer) in het hoger onderwijs ISCED 5-8 (incl. Associate degrees en promovendi, excl. internationale studenten)
2018
JAP99%
BEL96%
NED94%
VS94%
DUI84%
VK81%
FIN77%
DEN74%
ZWE66%
OESO83%
EU-2385%

Een groot deel van de studenten die voor de eerste keer starten in het hoger onderwijs is jong.

Het aandeel van de jongeren tot 25 jaar dat voor de eerste keer instroomt in het hoger onderwijs verschilt flink per land, met een gemiddelde van 83% voor de OECD-landen. Zo is in Zweden 66% van de instromende studenten in het hoger onderwijs jonger dan 25 jaar. In Nederland is dit 94% en in Japan 99%.

Bron: EAG 2020, tabel B4.1 Brontabel als csv (110 bytes)

Aandeel vrouwen in de instroom (eerste keer) in het hoger onderwijs

Aandeel vrouwen in de instroom (eerste keer) in het hoger onderwijs Naar onderwijssoort (incl. internationale studenten)
2018
ZWE58%
BEL56%
VK56%
DEN55%
VS54%
FIN53%
DUI52%
NED52%
JAP51%
OESO54%
EU-2354%

Het aandeel vrouwen van de studenten die voor het eerst instromen in het hoger onderwijs, ligt gemiddeld in de OESO en bij de EU-23 landen op 54%.
In Nederland is het percentage vrouwen met 52% iets lager dan dit OESO-gemiddelde, in Zweden is het hoger met 58%.

Bron: EAG 2020, tabel B4.1 Brontabel als csv (110 bytes)

Afzenders