Instroom in het hoger onderwijs

De instroomkans in het hoger onderwijs in Nederland ligt iets boven het OESO-gemiddelde.

In Denemarken en Japan ligt de instroomkans in het hoger onderwijs beduidend boven het OESO-gemiddelde (zie metadata voor definitie van instroomkans). In de Verenigde Staten en Finland daarentegen ligt deze instroomkans onder het  OESO-gemiddelde.

Instroomkans in het hoger onderwijs

Instroomkans in het hoger onderwijs % van de bevolking dat voor de eerste keer instroomt in het hoger onderwijs (incl. Associate degrees, promovendi en internationale studenten)
2017
DEN79%
JAP79%
BEL76%
VK74%
ZWE63%
NED62%
DUI60%
FIN59%
VS49%
OESO65%
EU-2363%

De instroomkans in Nederland ligt boven de instroomkans in Duitsland en Finland.
Zie de gerelateerde grafiek 'Instroomkans in het hoger onderwijs naar niveau' voor de instroomkans per niveau. 

Bron: EAG 2019, tabel B4.3 Brontabel als csv (110 bytes)
Instroomkans in het hoger onderwijs naar niveau, 2017 % van de bevolking dat voor de eerste keer instroomt in het hoger onderwijs ISCED 5 (incl. internationale studenten)
associate degreebachelormasterpromovendi
BEL1%81%30%1%
DEN29%68%36%3%
VK16%66%29%4%
NED2%61%23%1%
FIN57%14%2%
FRA29%55%42%2%
JAP28%49%8%1%
DUI0%49%30%4%
ZWE9%44%31%2%
VS39%14%1%
OESO17%58%24%2%
EU-2312%57%27%3%

De hoge instroomkans in Japan komt door een hoge instroomkans in het Associate degree (of vergelijkbaar kort ho-programma). In Denemarken is voor alle onderwijssoorten (met uitzondering van de promovendi) de instroomkans groter dan het OESO-gemiddelde.

Nederland heeft een gemengd beeld. De bachelorinstroomkans ligt iets boven het OESO-gemiddelde en de masterinstroomkans iets onder het OESO-gemiddelde. De instroomkans in de Associate degree ligt in Nederland fors onder het OESO-gemiddelde.

Bron: EAG 2019, tabel B4.3 Brontabel als csv (282 bytes)

Aandeel jongeren tot 25 jaar in de instroom (1e keer) in het hoger onderwijs ISCED 5-8

Aandeel jongeren tot 25 jaar in de instroom (1e keer) in het hoger onderwijs ISCED 5-8 (incl. Associate degrees en promovendi, excl. internationale studenten)
2017
BEL67%
VK53%
DEN53%
NED52%
DUI45%
VS44%
FIN43%
ZWE41%
OESO49%
EU-2350%

Een groot deel van de studenten die voor de eerste keer starten in het hoger onderwijs is jong.

Het aandeel van de jongeren tot 25 jaar dat voor de eerste keer instroomt in het hoger onderwijs verschilt flink per land. Zo stroomt in Zweden 41% van de jongeren onder de 25 in bij het hoger onderwijs. Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken scoren boven de 50%.  Voor Nederland is dit 52%, voor België zelfs 67%

Bron: EAG 2019, tabel B4.3 Brontabel als csv (101 bytes)

Aandeel vrouwen in de instroomkans (eerste keer) in het hoger onderwijs

Aandeel vrouwen in de instroomkans (eerste keer) in het hoger onderwijs Naar onderwijssoort (incl. internationale studenten)
Associate degreeBachelorMaster
ZWE49%61%52%
FRA50%57%
DEN47%57%
VK58%56%
BEL87%55%
FIN54%55%
NED50%53%
DUI67%49%62%
JAP61%45%49%
VS54%
OESO53%54%61%
EU-2355%54%62%

Gemiddeld in de OESO zijn vrouwen iets oververtegenwoordigd in de instroom. Dit geldt voor de Associate degree, de bachelor opleidingen en de master opleidingen. Er is een lichte trend voor sterkere oververtegenwoordiging in de hogere niveaus dan in de Associate degree.
De verschillen tussen landen zijn groot. Bijvoorbeeld in Nederland is er in de Associate degree een gelijke deelname door vrouwen en mannen en zijn de vrouwen iets beter vertegenwoordigd in de bachelorinstoomkans. In Nederland bestaat geen eerste instroom in de master meer, omdat mensen altijd eerst een (tegenwoordig zelfstandige) bachelor moeten volgen. In België zijn vrouwen juist sterk oververtegenwoordigd in de Associate degree.

Bron: EAG 2019, tabel B4.1 Brontabel als csv (221 bytes)

Afzenders