Deelname aan onderwijs

Deelname aan onderwijs is in de meeste landen verplicht tot ongeveer 18 jaar. Er zijn verschillen in deelname aan onderwijs tussen landen voor jongeren en jongvolwassenen. In Nederland is de deelname hoog. Ook het aantal jaren dat de meeste leerlingen onderwijs volgen verschilt tussen landen (van 13 jaar in de VS tot 16 jaar in Zweden).   

Onderwijsdeelname aan regulier onderwijs, 2018

Onderwijsdeelname aan regulier onderwijs, 2018 Als percentage van de totale leeftijdsgroep
15-1920-24
BEL94%49%
NED92%53%
ZWE90%45%
FIN87%50%
FRA87%38%
DEN86%53%
DUI86%49%
VS84%36%
VK83%32%
OESO84%41%
EU-2388%43%

Deze figuur laat de deelname aan regulier onderwijs zien voor twee leeftijdsgroepen. In de meeste landen zijn jongeren van 15-19 jaar nog leerplichtig en jongeren van 20-24 jaar vaak niet meer.

Dat wordt ook weerspiegeld in de deelnamecijfers. In de meeste landen is de deelname aan regulier onderwijs meer dan 80% onder de 15-19-jarigen. Bij de leeftijdsgroep 20-24 jaar is dat minder dan 55%. Bij deze laatste leeftijdsgroep verschillen landen soms ook flink in onderwijsdeelname, van 33% in het Verenigd Koninkrijk tot 53% in Nederland en Denemarken. Voor beide leeftijdsgroepen ligt de onderwijsdeelname in Nederland ruim boven het OESO-gemiddelde en het EU-gemiddelde.

Bron: EAG 2020, tabel B1.1 Brontabel als csv (162 bytes)
Trendontwikkeling onderwijsdeelname aan regulier onderwijs, 15-19 jarigen Als percentage van de totale leeftijdsgroep
200520102018
BEL94%92%94%
DUI88%89%86%
FIN87%87%87%
FRA84%84%87%
DEN84%85%86%
VS77%80%84%
NED90%92%
ZWE86%90%
VK76%83%
OESO84%84%84%
EU-2388%88%

In alle in de grafiek weergegeven landen is de deelname aan het onderwijs van 15- 19 jarigen tussen 2010 en 2018 gelijk gebleven of gestegen, met uitzondering van Duitsland. In Nederland is de deelname tussen 2010 en 2018 gestegen van 90% naar 92%.

Bron: EAG 2020, tabel B1.1 Brontabel als csv (198 bytes)
Trendontwikkeling onderwijsdeelname aan regulier onderwijs, 20 - 24 jarigen Als percentage van de totale leeftijdsgroep
200520102018
FIN55%53%50%
DEN48%49%53%
BEL42%52%49%
DUI41%45%49%
FRA32%34%38%
VS32%38%36%
NED47%53%
ZWE44%45%
VK27%32%
OESO41%41%
EU-2342%43%

De deelname van 19-24 jarigen aan het onderwijs is in Nederland tussen 2010 en 2018 gestegen van 47% naar 53%. Ook in Duitsland en Denemarken is er in deze periode een stijging zichtbaar. Daarentegen is de deelname van 19-24 jarigen aan het onderwijs in andere landen zoals Finland en de VS gedaald. Het gemiddelde van de OECD landen is door deze schommelingen tussen de verschillende landen tussen 2010 en 2018 onveranderd gebleven. 

Bron: EAG 2020, tabel B1.1 Brontabel als csv (195 bytes)

Leeftijdsrange waarbinnen 90% onderwijs volgt

Leeftijdsrange waarbinnen 90% onderwijs volgt 2018
leeftijd in jaren
BEL3-18
ZWE3-18
DEN3-17
DUI3-17
FRA3-17
VK3-17
JAP4-17
NED4-17
VS5-17
FIN6-18
OESO4-17
EU-234-17

Er zijn verschillen tussen landen in de leeftijdsrange waarbinnen het grootste deel onderwijs volgt (de grafiek hierboven) en het aantal jaren dat 90% van de populatie onderwijs volgt (de grafiek hieronder). Een aantal landen vallen op met een jongere leeftijd waarin al veel jongeren deelnemen aan onderwijs. Bijvoorbeeld in België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden (3 jaar).

Bron: EAG 2020, tabel B1.1 Brontabel als csv (144 bytes)

Aantal jaren dat 90% van de populatie onderwijs volgt

Aantal jaren dat 90% van de populatie onderwijs volgt 2018
Aantal jaren
BEL16
ZWE16
DEN15
DUI15
FRA15
VK15
JAP14
NED14
FIN13
VS13
OESO14
EU2314

De verschillen in onderwijsdeelname tussen landen worden vooral veroorzaakt door verschillen tussen de onderwijsstelsels, waaronder de leeftijd waarop regulier onderwijs start en de leeftijd bij uitstroom, de inrichting van het beroepsonderwijs en de daarmee samenhangende behoefte van de arbeidsmarkt. Nederland houdt jongeren relatief lang in het onderwijs.
Gemiddeld in de OESO-landen volgt 90% van de populatie 14 jaar onderwijs. Nederland verschilt hier niet van. Landen waar dit hoger is, zijn landen waar eerder met onderwijs begonnen wordt. Landen waar dit lager is zijn Finland en de VS. Hier wordt later dan in Nederland met onderwijs begonnen.

Bron: EAG 2020, tabel B1.1 Brontabel als csv (114 bytes)

Afzenders