Salaris

De inkomsten van werkenden worden onder andere door hun opleidingsniveau bepaald. Mensen zonder startkwalificatie (ISCED 1-2) verdienen minder dan mensen met een havo, vwo, mbo-2, 3 of 4 diploma (ISCED 3) en zij op hun beurt minder dan mensen met een diploma in het hoger onderwijs (ISCED 6-7). Ook zijn er verschillen in inkomsten tussen mannen en vrouwen – bij gelijk opleidingsniveau. Werkende vrouwen verdienen gemiddeld in de OESO-landen minder dan werkende mannen.

Relatieve beloning van werknemers, naar opleidingsniveau (2017) 25-64 jarigen met inkomen uit werk geïndexeerd, ISCED-3 =100
ISCED 1 2 (minder dan hoger secundair onderwijs)ISCED 6 (bachelor onderwijs)ISCED 7 (master onderwijs)
NED82132184
DEN79110163
ZWE79112147
VS69164231
FIN (2016)98123168
VK79142165
FRA (2015)79147210
BEL(2016)91117150
DUI74163183
OESO79144191

Het relatieve inkomen van mensen zonder ISCED 3 diploma ten opzichte van  diegene die een ISCED 3 opleiding hebben afgerond varieert in de vergelijkingslanden van 69% in de Verenigde Staten tot 98% in Finland (wel cijfers uit 2016). Dit betekent dat er in Finland niet veel verschil is in salariëring tussen mensen met ISCES 3 diploma en mensen met een lager diploma. Nederland zit hier tussenin met 82%, boven het OESO-gemiddelde van 79%. Het verschil tussen een bachelor- (ISCED 6) en een masteropleiding (ISCED 7) is ook duidelijk zichtbaar: werkenden met een masteropleiding verdienen relatief meer dan werkenden met een bachelorsdiploma. Beide verdienen meer dan mensen met een ISCED 3 of lager. Ook hier zijn er duidelijke verschillen tussen landen: in Denemarken en Zweden bijvoorbeeld verdienen werkenden met een bachelorsdiploma nauwelijks meer dan werkenden die ISCED 3 opgeleid zijn, terwijl in de Verenigde Staten werkenden met een bachelorsdiploma 64% meer verdienen dan diegene met een ISCED3 diploma. In Nederland is het beloningsvoordeel van een ISCED 6-7 opgeleide ten opzichte van een ISCED 3 opgeleide lager dan gemiddeld in de OESO-landen.

Bron: EAG 2019, tabel A4.1 Brontabel als csv (286 bytes)
Relatief jaarlijks voltijds salaris van vrouwen als percentage van het salaris van mannen 35-44 jarigen, naar opleidingsniveau (2017)
ISCED 1 2 (Lager dan hoger secundair onderwijs)ISCED 3 4 (Hoger secundair onderwijs)ISCED 5 6 7 (Tertiair onderwijs)
BEL (2016)90%90%87%
VK74%70%77%
VS70%68%75%
FIN (2016)80%76%76%
FRA (2015)76%76%
DEN81%80%78%
DUI85%72%
NED90%89%87%
ZWE83%82%79%
OESO77%77%77%
EU-2378%78%76%

Voor alle opleidingsniveaus geldt dat werkende vrouwen minder verdienen dan werkende mannen van dezelfde leeftijd. Het verschil is in Nederland overigens minder groot dan gemiddeld in de OESO. 

Bron: EAG 2019, tabel A4.3 Brontabel als csv (325 bytes)

Afzenders